Nu te zien: sneeuw- en vorsttrek

dinsdag, 13 januari 2026 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

Sneeuw- en vorsttrek is het plotselinge massale verplaatsen van vogels zodra sneeuwval of strenge vorst voedsel en open water ontoegankelijk maakt. In Nederland leidt dit ertoe dat zowel trekvogels als 'standvogels' tijdelijk hun verblijfplaatsen verlaten: ze zoeken eerst naar mildere plekken zoals de kust en stedelijke warmte-eilanden, en bij aanhoudende kou schuift de golf vaak verder zuidwaarts. Klimaatopwarming maakt dit spektakel tegenwoordig veel zeldzamer.

Verschillende soorten hanteren uiteenlopende strategieën. Sommige trekvogels vliegen al direct na het broedseizoen weg, anderen laten zich juist leiden door weersomstandigheden en ondernemen pas bewegingen bij sneeuw en ijs. Watervogels (ganzen, eenden, zwanen) die van waterplanten en gras leven, nemen steevast het zekere voor het onzekere: bij ijsvorming trekken ze eerst westwaarts naar de kust en pas later bij verergering richting zuidelijker streken. Steltlopers die op akkers foerageren volgen een vergelijkbaar patroon, hoewel zij langer in kwelders kunnen blijven foerageren.

Steden en parken spelen een belangrijke rol: door bebouwing en asfalt zijn stedelijke gebieden meestal 1–4 °C warmer (in grote steden soms 5–7 °C), wat voor vogels een cruciale meerwaarde is—nachtelijk warmteverlies kan tot zo’n 20% van het lichaamsgewicht oplopen. Daardoor komen tijdens koudeperiodes tijdelijk meer lijsters, vinkachtigen en andere wintergasten in tuinen en stadsparken voor. GPS‑onderzoek bij wadvogels zoals de wulp laat zien dat veel verplaatsingen korte-afstandsexcursies zijn die in zachtere jaren geheel uitblijven.

Ook reguliere wintergasten (kramsvogel, koperwiek, keep, sijs) kunnen door langdurige sneeuw en vorst alsnog doorvliegen naar Zuid-Europa of Noord-Afrika, of zich tijdelijk concentreren rond steden en voedertafels. Vogelbescherming monitort zulke patronen mede via de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling (dit jaar 30 januari–1 februari), waarin deelname en aantallen sterk kunnen pieken tijdens koudegolven. De waarnemingen geven samen met professionele tellingen inzicht in hoe weer en klimaat migratie- en vestigingspatronen blijven vormen.