Nu rechts de aanval opent op Leefbaar Rotterdam moet de partij een stootkussen durven zijn
In dit artikel:
Leefbaar Rotterdam staat in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 voor een strategisch knelpunt: de partij die ooit onder Pim Fortuyn de stad op zijn kop zette, heeft sinds 2022 afstand genomen van het thema ‘islamisering’, maar wordt nu van rechts opnieuw onder druk gezet door Forum voor Democratie (FvD) en de VVD. Campagneborden met slogans als ‘Rotterdammers eerst’ roepen veel commotie op in een stad waar een meerderheid een migratieachtergrond heeft; Leefbaar benadrukt dat het om legaal verblijvende inwoners gaat en om prioriteit bij toewijzing van sociale woningen.
FvD, dat na de landelijke winst momentum voelt, profileert zich in Rotterdam als de scherpere conservatieve optie en probeert Leefbaar weg te zetten als afgegleden ten opzichte van Fortuyns ideeën, met name op integratie en islam. De VVD schuift ook naar rechts en doet voorstellen als een migratiestop van tien jaar en strengere maatregelen tegen probleemjongeren, wat Leefbaar onder druk zet om weer hardere taal te voeren om stemmen te behouden. Die concurrentieslag maakt van Leefbaar geen provocateur om links te tarten, maar een partij die zich aan de rechterflank moet bewijzen.
Historisch gezien was Leefbaar vanaf de oprichting in 2001 en vooral met de doorbraak van Pim Fortuyn in 2002 de breukpartij die de PvdA uit de machtspositie stootte. Na Fortuyns moord bleef de partij bestuurlijk relevant: nooit meer zo groot als in 2002, maar vrijwel altijd een van de grootste Rotterdamse partijen. In een gefragmenteerde raad heeft Leefbaar momenteel tien zetels en functioneert het in de praktijk als grootste speler tussen veel kleine partijen. De laatste jaren is de partij echter in een neerwaartse lijn terechtgekomen en leeft het dilemma: terug naar een harde koers om FvD te weerstaan, of gematigd en bestuurlijk blijven om coalitiekansen te behouden.
Dat laatste is relevant omdat potentiële coalitiepartners aan de centrumlinkerzijde in Rotterdam niet weg te denken zijn: D66 haalde landelijk veel stemmen in de stad, GroenLinks en PvdA treden aan als fusiepartij, en DENK wil ook meebesturen. Een te radicale koers maakt Leefbaar minder aantrekkelijk als samenwerkingspartner en kan het isoleren. Tegelijkertijd blijft de Leefbaar-aanhang relatief trouw aan de stembus, terwijl Rotterdamse kiezers met een migratieachtergrond vaker wegblijven; dat demografische plaatje beperkt groeimogelijkheden.
Eerdere pogingen van andere rechtse partijen om Leefbaar aan te vallen, zoals de PVV in 2017, lieten zien dat paniekretoriek niet automatisch stemmen weghaalt; Leefbaar hield zich staande, maar werd destijds buiten coalities geplaatst vanwege radicalere taal. Nu ligt de balans anders: de partij moet kiezen tussen het opnieuw inzetten op zondebokpolitiek om rechts te houden, of het als stootkussen te spelen richting het centrum en zo haar bestuurlijke positie veilig te stellen. De uitkomst bepaalt of Leefbaar zich herpositioneert als gematigde bestuurspartij of langzaam wegzakt naar de rechtse marge nu Rotterdam geleidelijk linkser lijkt te worden.