Nu olieprijzen stijgen, vinden sommige EU-landen de energierekening toch weer belangrijker dan dat klimaatdoel

woensdag, 18 maart 2026 (10:20) - Trouw

In dit artikel:

Europese lidstaten liggen verdeeld over het uitbreiden van het emissiehandelssysteem (ETS) vanaf volgend jaar, een maatregel die energieleveranciers — en daarmee consumentenprijzen — harder zal treffen in landen die nog veel kolen gebruiken. Italië, Polen, Slowakije en Tsjechië roepen om opschorting van de uitbreiding omdat hoge energie- en olieprijzen de druk op industrie en huishoudens vergroten; Italië maakt het punt expliciet nu de prijzen door spanningen in het Midden-Oosten stijgen. Berekeningen wijzen onder meer op een mogelijke 25 procent hogere energierekening in Polen zodra elektriciteitscentrales CO2‑rechten moeten kopen.

Aan de andere kant staan Nederland en een groep van acht medestanders (waaronder Spanje, Denemarken, Finland, Luxemburg, Portugal, Slovenië en Zweden), plus ruim honderd grote bedrijven zoals Tata Steel en Vattenfall, en milieuorganisaties waaronder het Wereld Natuur Fonds. Zij waarschuwen dat uitstel de verkeerde reactie zou zijn: ETS is volgens hen essentieel om afhankelijkheid van fossiele brandstoffen terug te dringen, investeringen in schone technologie te stimuleren en lange termijn‑zekerheid te bieden. De Europese Commissie steunt deze lijn; voorzitter Ursula von der Leyen wees de lidstaten erop dat ETS een kernonderdeel is van de route naar koolstofneutraliteit in 2050 en dat opbrengsten uit het systeem duurzame innovatie financieren.

Von der Leyen suggereert dat regeringen andere instrumenten kunnen inzetten om de directe pijn van hogere energieprijzen te verzachten, zoals het verlagen van belastingen op energie of gerichte steun voor industrieën, in plaats van het herzien van het ETS. Deze discussie speelt hoog op aan de vooravond van de eerste Europese top van klimaatminister Rob Jetten, waar energieprijzen naar verwachting de agenda zullen domineren naast een andere urgente kwestie: Hongarije. Budapest stelde zich in december nog constructief op rond steun aan Oekraïne, maar weigert nu te tekenen zolang er geen duidelijkheid is over de levering via de Droezjba‑oliepijpleiding; de EU heeft beloofd die pijp te herstellen, maar of dat Viktor Orbán genoeg over de streep trekt, moet op de top blijken.

Kortom: de EU staat voor een keuze tussen onmiddellijke verlichting van prijsdruk en het vasthouden aan beleidsinstrumenten die de energietransitie op lange termijn moeten bevorderen. De spanningen in de energiemarkt en politieke belangen van afzonderlijke lidstaten maken de besluitvorming komende dagen extra beladen.