Nu is het de beurt aan een vrouw voor het hoogste ambt van de VN
In dit artikel:
Augusto Lopez-Claros pleit ervoor dat de VN in 2026 serieus overweegt een vrouw tot secretaris‑generaal te benoemen — en haar ook de feitelijke bevoegdheden te geven die nodig zijn om te leiden. Sinds de instelling van het ambt in 1946 hebben negen mannen die functie vervuld; nog nooit stond een vrouw aan het hoofd van de organisatie. De komende selectie is daarom zowel een personeelskeuze als een toets van de geloofwaardigheid en hervormingsbereidheid van de lidstaten.
Lopez‑Claros schetst een wereld in crisis: versnellende klimaatverandering, afbrokkelende wapenbeheersing, toename van gewapende conflicten, groeiende inkomensongelijkheid en ingebakken genderdiscriminatie. Deze uitdagingen verzwakken het multilaterale systeem en ondermijnen het vertrouwen in de VN, die tegelijkertijd kampt met financiële problemen en blokkades in de Veiligheidsraad. In dat spanningsveld is representatie geen luxe: onderzoek wijst uit dat vreedzame uitkomsten en duurzame akkoorden vaker bereikt worden als vrouwen aan tafel zitten, en dat instellingen met vrouwen in leiding minder gevoelig zijn voor corruptie en falen — steunend op de doelen van VN‑Resolutie 1325 over vrouwen, vrede en veiligheid.
Naast effectiviteit benadrukt Lopez‑Claros het principe van vertegenwoordiging: de VN zeggen namens “de volkeren” te spreken, maar vrouwen zijn systematisch uitgesloten van het hoogste ambt en vormen wereldwijd nog maar een klein deel van topfunctionarissen. Het benoemen van een vrouw zou institutionele blinde vlekken kunnen aanpakken en het leiderschap meer in overeenstemming brengen met die uitgangspunten.
Tegelijk waarschuwt hij voor de valkuil van de “glazen klif”: vrouwen vaker naar voren schuiven in perioden van crisis, waarna ze worden afgerekend op problemen die door structurele beperkingen zijn veroorzaakt. Zonder echte macht en politieke wil van de lidstaten — en zonder grondige hervormingen van bijvoorbeeld het vetorecht en de macht van nationale soevereiniteit — blijft elke benoeming mogelijk symbolisch of zelfs schadelijk. Voorbeelden uit de coronapandemie toonden dat sommige vrouwelijke staatsleiders effectief en op bewijsgerichtheid stelden, maar dat betekent niet dat geslacht op zichzelf succes garandeert; het gaat om leiderschapsstijlen die samenwerking en deskundigheid bevorderen.
Lopez‑Claros besluit dat de VN geen theatrale sterkeman nodig hebben, maar een bruggenbouwer met morele geloofwaardigheid: iemand die bereid is systeemfouten te confronteren en hervormingen te durven bepleiten. Als lidstaten die capaciteit niet willen overdragen, verandert een vrouwelijke benoeming niets fundamenteels. Als ze wél bevoegdheid en steun krijgen, kan een vrouwelijke secretaris‑generaal een krachtig signaal van modernisering en legitimiteit afgeven — en mogelijk beter toerusten om de existentiële problemen waarvoor de wereld staat aan te pakken.