Harry Styles spekkoper door peperdure concertreeks, maar er is nóg een winnaar
In dit artikel:
Harry Styles staat dit voorjaar tien keer in de Johan Cruijff ArenA met zijn tour Together, Together — een reeks die al een record oplevert en naar verwachting ongeveer 700.000 bezoekers naar Amsterdam haalt. Met ticketprijzen die soms honderden euro's bedragen, gaat het om honderden miljoenen euro's omzet. De vraag is wie daarvan profiteert.
Het grootste deel van de ticketopbrengst komt doorgaans bij de artiest terecht: volgens live-muziekexpert Martijn Mulder gaat vrijwel de volledige ticketomzet naar de bv van de artiest. Organisatoren zoals Mojo en verkoopplatformen als Ticketmaster verdienen vooral aan servicekosten per ticket en halen bij doorverkoop opnieuw extra kosten binnen.
Dat betekent niet dat Styles alle inkomsten als winst mag aanmerken. Berend Schans van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals wijst op hoge productiekosten: honderden mensen zijn betrokken bij zo'n grootse show — technici, bandleden, managers, stylisten — plus uitgaven voor hotels, catering, logistiek, podiumontwerp en stadionhuur. Schans schat dat een artiest netto vaak ongeveer twee derde van de inkomsten overhoudt, afhankelijk van de gemaakte afspraken en schaal van de productie.
Ook de ArenA zelf profiteert: tien shows betekent tienmaal stadionhuur, maar exacte bedragen zijn vertrouwelijk en worden vooraf onderling overeengekomen tussen organisator, management en locatie. De concurrentie tussen grote zalen en de onderhandelingspositie van A-artiesten beïnvloeden die prijzen; artiesten vergelijken aanbiedingen en kiezen de beste deal, aldus Mulder.
Buiten de directe inkomsten is er een aanzienlijke economische spin-off voor Amsterdam. Honderdduizenden bezoekers zorgen voor extra overnachtingen, horeca- en vervoersomzet. Uit vergelijkingen met eerdere megatours (zoals Taylor Swift) blijkt dat fans vaak vier- tot vijfmaal zoveel aan reis en verblijf uitgeven als aan het concertticket zelf, wat de lokale economie wereldwijd honderden miljoenen euro's kan opleveren. Doordat Styles slechts in zeven steden optreedt en meerdere shows op één locatie doet, levert Amsterdam relatief meer buitenlandse bezoekers op.
De touraanpak van Styles roept ook kritiek op: door weinig steden aan te doen moeten veel fans ver reizen, en ticketprijzen zijn hoog. Mulder plaatst dat in een bredere trend: supersteracts kiezen vaker voor meerdere shows op dezelfde plek om kosten te drukken, en de muziekindustrie is geëvolueerd naar een winner-takes-all-markt waarin vraag en symbolische waarde van grote namen hoge prijzen rechtvaardigen. Bovendien waarderen kijkers liveoptredens meer nu muziek via streaming goedkoop beschikbaar is, waardoor men bereid is meer te betalen voor een live-ervaring.
Gezien de enorme vraag zijn snelle uitverkopen waarschijnlijk, waardoor de hoge prijzen vanuit commercieel oogpunt logisch zijn. Welke partijen uiteindelijk het meest overhouden hangt af van contractuele afspraken en de omvang van de productiekosten.