Nu er een minderheidskabinet komt, zijn de ogen gericht op de Eerste Kamer. Hoe politiek is die eigenlijk?
In dit artikel:
De Eerste Kamer staat opnieuw in de schijnwerpers nu D66, CDA en VVD een minderheidskabinet vormen en dus afhankelijk zijn van steun buiten de coalitie. Centraal staat de vraag of senatoren hun taken vooral zien als een onafhankelijke ‘kwaliteitstoets’ van wetsvoorstellen, of dat zij vaak buigen voor politieke druk en partijdiscipline.
In de praktijk blijkt de Senaat politiek actiever en zichtbaarder geworden: door opstappers en afsplitsingen telt de 75-koppige Kamer momenteel negentien fracties. Dat maakt het zoeken naar meerderheden ingewikkeld. De formatiepartijen hebben zestien Senaatszetels nodig om hun plannen routinematig door te krijgen; mogelijke combinaties met GroenLinks–PvdA (veertien zetels) of BBB (twaalf zetels) schieten tekort. Partijen en individuele senatoren sleutelen achter de schermen aan losse meerderheden, en instrumenten zoals de zetelverdelings-app zijn in gebruik om scenario’s door te rekenen.
Reportages en gesprekken laten zien dat debatten en pauzes vaak sterke partijpolitieke kleuren dragen: er wordt luidop gerekend, geroddeld en onderhandeld over wie hoe zal stemmen. Historische voorbeelden illustreren dat de Senaat politieke invloed kan uitoefenen: in 2011 speelde SGP-senator Gerrit Holdijk een beslissende rol voor het minderheidskabinet van VVD en CDA; in eerdere decennia konden individuele senatoren – denk aan de beroemde “Nacht van Wiegel” – kabinetten doen wankelen. Dergelijke momenten tonen dat de Senaat, ondanks haar zelfbeeld als chambre de réflexion, politiek kan worden ingezet.
Wetenschappelijk onderzoek nuanceert de discussie. Politicoloog Simon Otjes concludeert dat senaatsstemmen vooral door een consensuscultuur en partijpolitieke overwegingen worden bepaald, pas in laatste instantie door reflectieve kwaliteitstoetsen. Otjes merkt op dat kabinetten sinds circa 2010 vaak met een smalle basis opereren en dat dit geen nieuw fenomeen is; het verschil nu is dat ook de Tweede Kamer soms minderheden kent. Parlementair historicus Bert van den Braak wijst erop dat de Senaat al sinds 1815 functioneert als ‘Kamer van Behoud’ en geleidelijk zichtbaarder is geworden: waar men vroeger weinig naar buiten bracht, zijn moties, schriftelijke vragen en mediapresentie sterk toegenomen (van 52 moties in 2010/11 naar 117 in 2024/25).
De praktijk is weerbarstig: senatoren spreken zich publiekelijk vaak uit voor een onafhankelijke toets, maar stemmen in veel gevallen conform de logica van hun partij. En raadgevingen van de Raad van State, hoe gewaardeerd ook, garanderen geen tegenstem. Voorbeelden uit recente dossiers illustreren dit: voortgang van asielwetgeving, technische novelles en timing van behandeling worden politiek ingezet; soms wordt geprobeerd om ingrijpende maatregelen pas na Provinciale Statenverkiezingen (en daarmee mogelijke Senaatsverkiezingen) in te laten gaan, zodat landelijke politiek daar invloed op kan uitoefenen.
Politieke strategieën variëren: coalities zoeken soms ‘zoet-voor-zwaar’-constructies in begrotingen of sluiten onofficiële akkoorden met kleine fracties en regionale spelers om meerderheden te creëren. Dat leidt tot discussies over legitimiteit: senatoren worden indirect via provinciale staten gekozen, en critici vinden het problematisch dat kiezers geen directe invloed hebben op wie in de Senaat zetelt. Voorstellen om het stelsel te veranderen – directe verkiezingen, afschaffing of een hogere drempel voor wegstemmen (bijvoorbeeld tweederde meerderheid in plaats van gewone meerderheid) — liggen politiek gevoelig. D66 pleit voor afschaffing, maar VVD en CDA steunen dat niet; structurele hervorming lijkt dan ook weinig kansrijk in het huidige speelveld.
Kortom: de Eerste Kamer is politiek en dat is niet nieuw, maar de manier waarop politieke belangen, onderhandelingen en reflectieve toets elkaar beïnvloeden is in recente jaren zichtbaarder geworden. De Senaat balanceert tussen het klassieke zelfbeeld van kwaliteitstoetser en de realiteit van partijpolitieke dynamiek — een spanning die extra urgent is zolang kabinetten zonder comfortabele meerderheden moeten besturen en belangrijke, soms onpopulaire keuzes op de agenda staan.