NU+ | Defensie-expert Ko Colijn over Poetins trucs om zijn leger aan te vullen
In dit artikel:
Defensie-expert Ko Colijn legt uit hoe-president Vladimir Poetin op allerlei manieren troepen blijft aanvoeren voor het front in Oekraïne, omdat reguliere werving die hoge verliezen nauwelijks kan opvangen. Sinds het begin van de oorlog kampen beide partijen met enorme sterfte; Rusland meldt maandelijks meer dan 40.000 slachtoffers, waardoor dienst als frontsoldaat zelden een gewilde baan is. Zelensky verwacht zelfs dat het Russische dodental per maand kan verdubbelen, terwijl Poetin hetzelfde voor Oekraïne voorspelt — een macabere wedloop om manschappen.
De nieuwe instroom komt vooral uit de Russische periferie: regio’s als Boerjatië, Dagestan en Tuva leveren disproportioneel veel doden; de kans dat iemand uit die gebieden sneuvelt is volgens Colijn tientallen malen groter dan voor een inwoner van Moskou. Om vrijwilligers te lokken biedt Moskou geld, eerbewijzen en andere premies (volgens Frontintelligence is de premie sinds 2022 verdrievoudigd) en belooft soms hoge uitkeringen aan nabestaanden (ongeveer €170.000). Tegelijkertijd blijken administratieve trucs veel gevallen te verbergen: families krijgen te maken met uitstel, onterechte ‘ vermist’-labels of andere obstakels bij erkenning; er circuleren ook verhalen over misbruik van uitkeringen.
Omdat gewone werving tekortschiet, past Rusland steeds meer harde maatregelen toe: gewonde militairen worden voortijdig teruggestuurd naar het front, gevangenen krijgen vrijlating in ruil voor frontdienst, en regionale “vrijwilligers” — waaronder Tsjetsjenen — vullen delen van de linie. Toen Wagner in ongenade viel, namen deels lokale vrijwilligers die rol over; ongeveer 450 Tsjetsjenen zouden inmiddels gesneuveld zijn.
Poetin vermijdt een algemene mobilisatie uit angst voor binnenlands verzet en hanteert daarom een gefaseerde aanpak: eerst geldprikkels en locale rekruten, vervolgens criminelen, teruggestuurde gewonden en huurlingen. Sinds 2024/2025 zijn daar ook buitenlandse contingenten bij gekomen. In het najaar van 2024 kwamen Noord-Koreanen (geschat rond 12.000) die aanvankelijk slecht presteerden maar later beter werden klaargemaakt; de ruil met Pyongyang ging deels om munitie en mogelijk militaire geheimen. Belarussen ondersteunen het noordelijke front, China levert materiële steun zonder officieel deel te nemen, en er zijn beschuldigingen — deels officieel ontkend — dat ook Cubanen en tal van Afrikanen als ‘vrijwilligers’ werden gerekruteerd, soms met valse baanaanbiedingen als lokmiddel.
Colijns analyse schetst een Rusland dat uitgeput raakt en zijn legermacht gevuld krijgt via steeds ruwer, internationaler en soms bedrieglijk beleid, waarmee Poetin de strijd voortzet zonder de politieke risico’s van massale oproepen in eigen land te nemen.