Nu de Iran-oorlog in een impasse is geraakt, is verdere afzijdigheid door de EU geen slimme optie
In dit artikel:
De auteur stelt dat de huidige oorlog tussen Israël, de Verenigde Staten en Iran grotendeels overeenkomt met zijn voorspellingen uit 2011. Destijds waarschuwde hij onder meer voor een blokkade van de Perzische Golf, de beperkte mogelijkheid om Iraanse kerninstallaties volledig te vernietigen en ernstige mensenrechtenschendingen.
Volgens de auteur hebben Israëlische oorlogspropaganda en premier Netanyahu bijgedragen aan het besluit van president Trump om samen met Israël Iran aan te vallen, ondanks tegenstand binnen zijn regering. Ook Reza Pahlavi, zoon van de voormalige sjah en zelfverklaard oppositieleider, zou de aanvallen hebben gesteund in de hoop via buitenlandse hulp aan de macht te komen.
Hoewel bij de oorlog volgens de auteur ayatollah Ali Khamenei, andere kopstukken en veel militaire infrastructuur zijn uitgeschakeld, lijkt het Iraanse regime er politiek sterker uit te komen. De benoeming van hardline-generaals van de Revolutionaire Garde en nieuwe Amerikaanse sancties zouden het regime niet van koers doen veranderen. Tegelijkertijd gaat de repressie door. Het Abdorrahman Boroumand Center registreerde in de eerste zeven maanden van het jaar meer dan 901 executies; volgens de auteur ligt het werkelijke aantal mogelijk hoger. Ook zouden duizenden demonstranten zijn gedood en gearresteerde betogers nog steeds worden geëxecuteerd.
De meeste EU-landen hebben zich afzijdig gehouden van directe deelname aan de oorlog. Spanje weigerde bijvoorbeeld oorlogsmaterieel via zijn grondgebied te laten vervoeren. Nu het conflict is vastgelopen, vindt de auteur verdere passiviteit echter onverstandig. Europa zou, eventueel samen met de Verenigde Naties, als onafhankelijke bemiddelaar moeten optreden om verdere escalatie en de gevolgen van de Golfblokkade te beperken.
Volgens de auteur is het regime ondanks zijn machtsvertoon kwetsbaar en steunt het vooral op de Revolutionaire Garde en de Basij. Europa moet daarom niet alleen diplomatieke bemiddeling zoeken, maar ook toenadering tot de verdeelde democratische oppositie. Die zou kunnen samenwerken aan een democratisch Iran waarin verschillende etnische en religieuze groepen politieke vertegenwoordiging en gedeeltelijk zelfbestuur krijgen. Een dergelijke ontwikkeling zou volgens de auteur de regionale stabiliteit en vreedzame co-existentie bevorderen.
Vandaag Inside: Wilfred Genee baalt van zichzelf In de Wandelgangen: 'Ik heb het belangrijkste nieuws niet gemeld!'