Europa is niet meer bang voor de dood
In dit artikel:
De auteur betoogt dat Europese wetgeving die hulp bij het levenseinde toestaat niet zal worden teruggedraaid door nieuwe medische inzichten, maar alleen door een ingrijpende culturele verschuiving: een herleving van christelijke opvattingen over sterven. In Nederland lijkt het euthanasiedebat afgesloten sinds de invoering van de euthanasiewet in 2002, maar andere landen volgen nu een pad naar verruiming.
Recente ontwikkelingen: Slovenië maakte medio juli ruimte voor hulp bij zelfdoding na een vorig jaar gehouden referendum met 55% voorstanders; Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk openden eerder dit jaar de deur; Oostenrijk deed dat al in 2022; Toscane handelt op regionaal niveau; Cyprus heeft een wetsvoorstel; IJsland en Ierland overwegen stappen; Portugal loopt vast op formele obstakels; en Duitsland kreeg in 2020 van de hoogste rechter de opdracht om regels voor hulp bij zelfdoding te maken. De snelheid waarin landen dit regelen verschilt door historische en culturele factoren — het naziverleden speelt een rol in Duitsland, terwijl Nederland cultureel eerder ontvankelijk was.
Volgens de schrijver spelen demografische en maatschappelijke trends mee: vergrijzing, betere zorg, en sterkere nadruk op autonomie verminderen het maatschappelijke taboe rond de dood. Kerkelijke stemmen die pleitten voor eerbied voor het leven konden het tij niet keren. De conclusie is normatief: om wetgeving rond het levenseinde te keren, is meer nodig dan beleidsdiscussie of extra palliatieve zorg; dat vraagt om een breder religieus-cultureel herstel in Europa, waar de ernst van de dood opnieuw wordt erkend.
Vandaag Inside: Gordon geeft dringend advies: ‘Doe het niet, het is levensgevaarlijk!’