Nu boer uit Waardamme ook vanuit cel ex-vrouw wil doden: wat doet psychologische terreur met slachtoffers?
In dit artikel:
De aardappelboer uit Waardamme, Chris Vanhaverbeke, die in voorhechtenis zit voor de moord op zijn twee dochtertjes Maud (8) en Ona (5) en voor de poging tot moord op zijn ex‑vrouw, zou vanuit zijn cel via twee medegevangenen een huurmoordenaar hebben proberen te regelen. Dat bericht en zijn eerdere intimidatie van zijn ex‑partner — hij was eerder al veroordeeld voor partnergeweld en belaste haar ook vanuit de gevangenis — veroorzaken een maatschappelijke schok.
Criminologe en gerechtsdeskundige Anne Groenen waarschuwt dat langdurige stalking en bedreiging diepe en blijvende psychische schade veroorzaken. Slachtoffers leven volgens haar voortdurend in een staat van verhoogde alertheid: lichaam en brein reageren chronisch op dreiging, waardoor een stabiel gevoel van veiligheid verloren gaat en dagelijkse beslissingen vaak worden beheerst door angst en voorzorg.
Die constante waakzaamheid leidt ertoe dat slachtoffers hun leven extreem gaan plannen en controleren. Wantrouwen richt zich niet alleen op de dader maar kan zich uitbreiden naar familie, hulpverleners en instanties. Wanneer slachtoffers hun verhaal doen en niet meteen geloof of passende hulp krijgen, spreken deskundigen van secundaire victimisering: een tweede trauma door reacties van buitenstaanders of onzorgvuldige hulpverlening.
De standaardreactie om slachtoffers te laten verhuizen biedt niet altijd soelaas. Groenen zegt dat verhuizen alleen werkt als het slachtofferverschoon volledig geloofd dat de dader geen toegang meer heeft; in extreme gevallen volgt de dader een nieuw adres snel. Effectiever is volgens haar slachtoffers leren omgaan met risico’s en op bouwstenen werken: traumabegeleiding, steun uit de omgeving en een strikte, stap‑voor‑stap veiligheidsplanning die routines en routes inventariseert en snelle interventies (noodnummers, stalkingalarmsystemen) mogelijk maakt.
In deze zaak vroeg de advocaat van de ex‑vrouw om de verdachte in volledige afzondering te plaatsen, zonder contact met medegevangenen. Groenen erkent dat dit psychologisch geruststellend kan zijn, maar waarschuwt dat volledige isolatie in de huidige digitale tijd nauwelijks gegarandeerd kan worden; toegang via derden of online kanalen blijft een groot probleem. Bovendien is langdurige afzondering juridisch en praktisch complex.
Wat betreft daders benadrukt Groenen dat intensieve begeleiding nodig blijft, maar dat gedragsverandering in ernstige gevallen moeilijk te bereiken is. Een onvoorwaardelijke conclusie uit onderzoek is dat gevangenisstraf vaak de meeste directe bescherming biedt, terwijl psychiatrische opvolging van de dader belangrijk blijft om risico’s te verkleinen.
Haar boodschap aan mensen rond slachtoffers is duidelijk: neem hun verhaal serieus en bied onvoorwaardelijke steun. Verwerking verloopt grillig — soms willen slachtoffers actie, soms rust — en buitenstaanders mogen daar niet over oordelen. Hoewel extreme gevallen zoals die in Waardamme relatief zeldzaam zijn, pleit Groenen ervoor dat professionals die met mogelijke stakingsituaties in aanraking komen goed opgeleid zijn, zodat er vroegtijdig kan worden ingegrepen voordat zaken escaleren.