NU+ | Amerikaanse aanval of niet, de geest van geweld lijkt uit de fles in Iran

maandag, 2 februari 2026 (19:12) - NU.nl

In dit artikel:

Terwijl een Amerikaanse oorlogsvloot zich concentreert in de Perzische Golf, voeren Washington en Teheran achter de schermen gesprekken over het Iraanse nucleaire programma. Een anonieme bron binnen de Iraanse regering vertelde staatspersbureau Fars dat president Masoud Pezeshkian opdracht gaf tot directe onderhandelingen. Egypte, Turkije en Qatar bemiddelen; hierdoor is een ontmoeting gepland tussen de Amerikaanse vredesgezant Steve Witkoff en de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi in Ankara op vrijdag.

De diplomatie vindt plaats tegen de achtergrond van een sterk versterkte Amerikaanse militaire aanwezigheid: vliegdekschip USS Abraham Lincoln en escorte‑schepen lagen recent in de Perzische Golf en extra marineschepen en troepenbewegingen in de regio zijn gemeld. Washington stelt twee harde eisen aan Teheran: het stoppen van alle nucleaire activiteiten en een einde aan het doden van demonstranten. President Trump zegt te hopen op een deal, maar houdt militaire opties achter de hand; zijn staf heeft plannen uiteenlopend van symbolische aanvallen tot regimeverandering klaarliggen.

In Teheran waarschuwde opperste leider ayatollah Ali Khamenei dat een Amerikaanse aanval zou escaleren tot een regionale oorlog. Israëlische politici en media reageren sceptisch over de Iraanse intenties en pleiten deels voor harde actie in plaats van een nieuw akkoord; premier Netanyahu zou een ingrijpen om het regime omver te werpen prefereren.

Binnen Iran zelf blijft de situatie explosief. Het regime meldt 3.117 doden tijdens de recentste protesten, maar mensenrechtenorganisaties en activisten schatten het aantal veel hoger (boven de 6.500 volgens sommige tellingen) en proberen duizenden andere overlijdens te verifiëren. Iran International beweert een vertrouwelijk regeringsdocument te hebben waarin mogelijk 36.500 dodelijke slachtoffers worden genoemd. Aanvankelijk toonde de overheid enige clementie, maar die houding sloeg om: demonstranten worden nu bestempeld als “terroristen” of “Israëlische agenten”, begrafenissen worden strikt gecontroleerd en nabestaanden zouden soms moeten betalen voor de kogels waarmee hun dierbaren werden gedood.

De repressie en beschamende mediacampagnes — waaronder een controversiële grap op staatstelevisie over de doden die leidde tot het ontslag van een zenderdirecteur — vergroten de publieke verontwaardiging. Die woede overstijgt traditionele opposities: zelfs aanhangers van oud‑president Mahmoud Ahmadinejad en bepaalde stamhoofden in zwaar getroffen provincies zoals Lorestan en Ilam zouden verlangen naar ingrijpende verandering, tot steun aan monarchistische groepen aan toe. In die gebieden lijkt het draagvlak voor confrontatie met het regime toe te nemen, en veel Iraniërs geloven dat alleen geweld het bewind kan afzetten.

Kortom: diplomatie en dreiging met geweld gaan hand in hand — terwijl staten en bemiddelaars proberen escalatie te voorkomen, groeit binnen Iran zelf de onrust en het risico op verdere bloedige confrontaties.