NU+ | 25 jaar na cafébrand Volendam: 'Het leven is te mooi om te laten liggen'
In dit artikel:
Precies 25 jaar geleden, tijdens de jaarwisseling 2000–2001 in Volendam, veroorzaakte brand in café ’t Hemeltje een ramp: veertien jongeren kwamen om het leven en meer dan tweehonderd raakten gewond. Jan Kwakman (51) en Lou Snoek (41) vertellen nu over hoe de avond begon als een feest en in luttele seconden veranderde in chaos en tragedie.
Volgens Snoek ontstond de brand toen sterretjes werden dicht bij elkaar gehouden en een steekvlam de niet-geïmpregneerde kerstversiering in het plafond in brand zette. Het vuur verspreidde zich razendsnel; zuurstoftekort deed mensen bewusteloos raken en binnen enkele ogenblikken stonden plafond en ruimte vol rook en hitte. Snoek, toen net zestien, raakte zwaar gewond en werd later voor 67 procent van zijn lichaam verbrand. Hij lag weken in coma en moest alles opnieuw leren: zitten, lopen, eten. Nog steeds draagt hij zichtbare littekens, mist hij vingers en heeft hij geen haar meer, maar hij zegt dat de verwachting dat hij het misschien niet zou overleven hem hielp het te aanvaarden.
Kwakman was die avond in de kelder en liep rond 0.15 uur naar buiten; kort daarna brandde ’t Hemeltje. Hij verloor zijn broer Nico, die als barman probeerde mensen te helpen ontsnappen en zelf bezweek aan de extreme hitte en kapotte longblaasjes. Kwakman beschrijft de intense warmte — temperaturen werden geschat op minstens 500 graden — en de gruwelijke gevolgen: schoenen die aan de vloer vastgesmolten waren en lichamen die binnen korte tijd veranderden door de nacomponenten van de hitte. De familie moest de identificatie verwerken, en Kwakman droeg het verlies zonder de laatste aanblik van zijn broer te willen bewaren.
De avond bracht praktische problemen: er was een tekort aan ambulances, en sommige slachtoffers werden in bouwbusjes naar ziekenhuizen gebracht. Naast de lichamelijke verwondingen ontstonden langdurige mentale en sociale gevolgen. Voor Kwakman betekende het terugkeren naar werk en de noodzaak om door te gaan met het familiebedrijf ook een manier om te overleven, maar het vroeg zijn tol: zijn vader kreeg later een hartinfarct — volgens artsen deels door het niet nemen van tijd om te rouwen.
Beide mannen benadrukken het belang van lotgenotencontact. Het gedeelde lot helpt bij verwerking; veel betrokkenen durven volgens hen pas nu hun verhaal te doen. Snoek merkt dat zijn kinderen en familie zijn uiterlijk vanzelfsprekend vinden, wat hem hielp perspectief te vinden: uiterlijk is niet alles en de gebeurtenis maakte hem sterker en wijzer. Ze hopen dat anderen die getroffen zijn ook een plek voor de gebeurtenis kunnen vinden. Zoals Snoek zegt: "Het leven is te mooi om te laten liggen."