NS wil dat geweld tegen personeel harder wordt aangepakt door het OM
In dit artikel:
De NS eist dat het Openbaar Ministerie steviger optreedt tegen geweld tegen spoorwegpersoneel. Volgens het vervoersbedrijf wordt de richtlijn — die vijftien jaar geleden door een minister werd opgelegd en een 200% hogere strafeis voorschrijft voor misdrijven tegen mensen met een publieke taak — in de praktijk maar zelden toegepast. Vorig jaar zag de NS opnieuw een stijging van agressie: meer dan 1.000 ernstige incidenten, waaronder 336 keer fysiek geweld; er werden ruim 900 aangiften van zogenaamde A-incidenten gedaan.
Schadebehandelaar Stans Buckens en directeur sociale veiligheid Itai Birger zeggen dat het gebrek aan consequente strafvervolging demoraliserend werkt. Buckens waarschuwt dat veel seponeringen en het niet toepassen van de strafverhoging ertoe kunnen leiden dat spugen en ander grensoverschrijdend gedrag normaliseren; zij zegt openlijk: “Ik verwijt het OM dat ze zelf meewerken aan de verloedering in ons land.” De NS gebruikt ook artikel-12-procedures om vervolging alsnog af te dwingen; Zembla kreeg inzage in tien van die zaken en signaleerde dat bespuging vaak wordt geseponeerd onder sepotcode 40 (‘gering feit’), en dat soms beschikbare camerabeelden niet zijn opgevraagd, ook bij zaken met lichamelijk letsel.
Het OM relativeert: plaatsvervangend hoofdofficier Lisan Wösten noemt die 200% een uitgangspunt, niet een automatische maatregel, omdat officieren rekening moeten houden met factoren als eerdere delicten, psychiatrie en persoonlijke omstandigheden. Strafrechtskundigen zoals hoogleraar Sven Brinkhoff wijzen erop dat de politiek onrealistische verwachtingen schept: het strafrecht vereist maatwerk en kan beloften overgepolijst, uniforme straffen niet altijd waarmaken.
De kwestie staat centraal in de Zembla-serie Nederland agressieland; de aandacht richt zich op de kloof tussen politieke beloftes, praktische strafrechtsuitoefening en de behoefte van NS-medewerkers aan bescherming en rugdekking.