NS teleurgesteld in minister en OM: 'Ervaren geen rugdekking'
In dit artikel:
Demissionair minister Foort van Oosten (Justitie en Veiligheid) zegt niet het Openbaar Ministerie te zullen instrueren om de zogenoemde 200%-strafeis frequenter toe te passen bij misdrijven tegen werknemers met een publieke taak. In antwoorden op Kamervragen van FVD naar aanleiding van de Zembla-serie Nederland Agressieland benadrukt hij dat het formuleren van strafvorderlijke eisen een autonome taak van het OM is. Als demissionair bewindspersoon wil hij niet in die strafrechtelijke beoordeling treden, al erkent hij dat een hogere eis afschrikwekkend kan werken.
De 200%-maatregel, geïntroduceerd door een vorige minister vijftien jaar geleden om bescherming van publiekspersoneel te versterken (wat neerkomt op een drievoudige verhoging van de strafeis), blijkt in de praktijk nauwelijks te worden toegepast. Uit eerder door het ministerie ingewonnen onderzoek en meldingen van de NS – die jaarlijks meer dan duizend agressie-incidenten tegen haar personeel registreert – blijkt dat de richtlijn zelden terugkomt in concrete eisen. NS-directeur sociale veiligheid Itai Birger noemt de ministeriële reactie onbevredigend en zegt dat medewerkers daardoor onvoldoende rugdekking ervaren; lage straffen of seponeringen leiden volgens hem tot normvervaging en bemoeilijken handhaving op stations en in treinen.
Van Oosten meldt dat het OM bij het bepalen van een eis verschillende omstandigheden betrekt en dat de officier van justitie speelruimte moet houden. Hij zal de 200%-vraag opnieuw ter sprake brengen in gesprekken met het OM over geweld tijdens de afgelopen jaarwisseling. De NS wil eveneens met het OM overleggen, onder meer omdat veel dossiers volgens het spoorwegbedrijf worden geseponeerd — soms wegens capaciteitsgebrek. Zembla’s serie belicht daarnaast de impact van agressie op hulp- en dienstverleners en de dilemma’s die dat oplevert.