NOS in rouw om uitgekleed WK: minder snoepreisjes naar de Verenigde Staten
In dit artikel:
De NOS schaalt sterk terug voor het WK 2026 in de Verenigde Staten, Canada en Mexico: veel medewerkers blijven in Hilversum en een flink kleinere ploeg reist af naar Noord-Amerika. Sporthoofd Xander van der Wulp zegt dat de omroep het simpelweg niet kan betalen om hetzelfde uit te sturen als bij eerdere toernooien; de afvaardiging is ongeveer zestig procent van die in Qatar. Uiteindelijk vertrekken naar verwachting vier commentatoren, vijf verslaggevers en zo’n twintig technische medewerkers.
De reden is vooral financieel: retourvluchten kosten rond 2.200 dollar per persoon en hotelovernachtingen gemiddeld circa 450 dollar per nacht, met extra prijsstijgingen in de speelsteden tijdens het toernooi. Met 104 WK-wedstrijden over een enorm continent zouden de reis- en verblijfskosten snel oplopen, wat de NOS noopte tot bezuinigen en het verplaatsen van veel werkzaamheden naar Nederland.
Praktisch houdt dat in dat veel wedstrijden niet meer vanuit het stadion van live-commentaar worden voorzien; commentatoren zitten achter schermen in Hilversum en werken met de camerabeelden van de organisator. Volgens Van der Wulp leidt dat tot journalistieke beperkingen: minder mogelijkheid om zelf het spel en de sfeer ter plekke te beoordelen. Medewerkers die hadden gehoopt een maand in de Verenigde Staten te werken, reageerden teleurgesteld; de omroep benadrukt wel dat er begrip bestaat voor de noodzaak van de keuzes.
Dit past in een bredere trend onder omroepen: meer remote-coverage en gecentraliseerde productie om kosten te drukken. Voor kijkers kan dat betekenen minder radiografische sfeerimpressies en meer afhankelijkheid van externe camerabeelden, terwijl presentatie en analyses grotendeels vanuit Hilversum blijven plaatsvinden.