Normaal-voorman Bennie Jolink (bijna 80) weet hoe kunst en leven elkaar kunnen opvreten
In dit artikel:
Bennie Jolink, de frontman van Normaal, wordt op 6 september 2026 tachtig jaar. Zijn leven en werk vormen volgens de auteur het materiaal voor een film vol tegenstellingen: hij is kunstenaar én boerenrocker, einzelgänger én groepsmens, iemand die publiciteit zoekt én zich er soms voor afsluit. Zijn loopbaan laat bovendien zien hoe een jongen uit het Achterhoekse Hummelo uitgroeide tot een nationale cultfiguur en spreekbuis van het platteland.
Jolink groeide op als ziekelijk kind in een christelijk middenstandsgezin. Hij had zware astma, was een talentvol tekenaar en kreeg via zijn moeder belangstelling voor kunst en muziek. Op school botste hij met zijn omgeving; na een vuurwerkincident werd hij van de hbs gestuurd. Aan de Academie voor Kunst en Industrie in Enschede ontdekte hij jazz, bebop en The Rolling Stones. Later trok hij naar Amsterdam, waar hij als kunstenaar werkte aan decors, affiches en kleding, maar zich als provinciale jongen niet geaccepteerd voelde. Een periode van drank- en drugsgebruik en artistieke teleurstelling eindigde ermee dat hij door zijn familie terug naar de Achterhoek werd gebracht.
Daar vond Jolink zijn muzikale bestemming. In 1975 richtte hij met onder anderen Jan Manschot, Ferdi Joly en Willem Terhorst Normaal op. De doorbraak kwam tijdens een openluchtfestival in Lochem, waar het publiek massaal reageerde op de nummers in het Achterhoeks dialect. Die streektaal werd geen obstakel, maar juist het belangrijkste wapen van de band. Met woorden als anhangers, veldtocht en høken schiep Normaal een eigen cultuur en identiteit, waarin Achterhoekers trots konden zijn op hun afkomst en accent.
Jolink was niet alleen zanger en bandleider, maar bepaalde ook het beeld van Normaal. Hij ontwierp platenhoezen, T-shirts en grote achterdoeken en maakte van het lokale caféleven, boerenbestaan en de plattelandsverveling een vorm van spectaculaire rock-’n-roll. De band trok vooral naar plaatsen zonder concertzaal en bracht daar feesttenten, muziek en een eigen evenementencultuur. In totaal bezochten naar schatting ruim vijf miljoen mensen de optredens.
Het succes had ook een donkere kant. Normaal werd beroemd door een imago van hard rijden, veel drinken, rebellie en baldadige concerten. Optredens konden ontaarden in vechtpartijen en met bier of kapotgeslagen flessen gooien. De bandleden gingen volgens oud-bandlid Ferdi Joly geloven in hun eigen mythe en veranderden in de arrogante types die ze vroeger zelf hadden veracht. Interne conflicten, waaronder een ruzie over geld, leidden tot het vertrek van Joly. De zanger Jan Manschot overleed in 2014.
Nummers als Oerend hard en Ik bun moar een eenvoudige boerenlul maakten van Jolink een vertegenwoordiger van de boeren en de regio. Vooral het eerste lied, over twee verongelukte motorcrossers, verbond drank, overmoed en snelheid met een melancholische ondertoon. Jolink kocht van de opbrengst van de single zijn eerste crossmotor en ging zelf op wedstrijdniveau rijden. Zijn betrokkenheid bij boeren groeide uit tot een politieke en maatschappelijke houding, al benadrukte hij dat hij niet links of rechts was, maar zijn boerenverstand gebruikte.
Tegelijkertijd was Jolink meer dan de stoere dorpszanger die het publiek in hem zag. Hij las literatuur en kranten, schilderde en schreef ook subtieler werk. Na zijn vijftigste legde hij zich sterker toe op de beeldende kunst, maar daarvoor kreeg hij veel minder aandacht dan voor Normaal. Zijn zoon Gijs Jolink stelde dat het sterke imago van de band uiteindelijk een juk werd: zijn vader moest steeds opnieuw de ruige plattelandsheld spelen, terwijl hij zich in werkelijkheid graag terugtrok in zijn werkruimte. Depressies bleven een terugkerend probleem, waarbij zijn tweede echtgenote en medicatie hem hielpen.
Ook commercieel moest Jolink geregeld schipperen. Een theatertournee vanaf 1999 bood artistieke mogelijkheden, maar was duur en kon alleen worden bekostigd met de traditionele zomeroptredens. Die vroegen om grote meezingers en populaire feestnummers, terwijl een deel van het oorspronkelijke publiek juist moeite had met die commerciële koers. Jolink bleef daardoor gevangen tussen artistieke ambities en de verwachtingen van zijn aanhang.
De auteur ziet in zijn loopbaan ook een bredere tegenstelling tussen stad en platteland. Normaal gaf een regio die vanuit de steden vaak als achtergesteld of onbelangrijk werd bekeken een luide, zelfbewuste stem. De band maakte dialect en regionale afkomst zichtbaar op het nationale podium. Tegelijk verlangde Jolink naar erkenning uit de stedelijke, intellectuele cultuur waar hij ooit deel van wilde uitmaken. Zijn kritiek op radicale boerenprotesten van Farmers Defence Force in 2022 laat zien dat zijn betrokkenheid bij het platteland niet betekende dat hij iedere boerenactie steunde.
Een toekomstige film zou daarom meer moeten tonen dan de drank, ruzies en legendarische concerten. De kern ligt in de ontwikkeling van een kwetsbare, ambitieuze kunstenaar die een miljoenenpubliek vond door een stoer regionaal personage te creëren, maar daar later ook door werd beperkt. Het vermoedelijke slotbeeld vat die dubbelheid samen: de tachtigjarige Jolink met een geweer in de aanslag, onduidelijk of zijn bekende gezicht een grijns of een grimas toont.
Vandaag Inside: Jesse Klaver tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Dat ga ik je hier niet zeggen!'