Noordelijk motortalent voert ongelijke strijd. 'Spanje is het walhalla. Daar rijden kinderen dagelijks tot het donker is'
In dit artikel:
Een nieuwe Nederlandse motorcoureur die op termijn kan meedoen met Rossi of Márquez lijkt voor Noord-Nederland voorlopig onwaarschijnlijk, concludeert dit artikel. De belangrijkste reden: toptalent in de motorsport ontwikkelt zich nog altijd vooral in Spanje, waar het klimaat, de faciliteiten en de concurrentie veel gunstiger zijn dan hier.
Centraal staat de jonge Groninger Aiden Karsijns, pas 6 jaar oud, die al internationaal racet in de MIR Racing Aspar Cup en daarnaast in Duitsland en Spanje uitkomt. Zijn vader Dennis investeert zwaar in zijn ontwikkeling: hij zoekt zelfs een tweede huis in Spanje, huurt daar een pitbox, werkt met een Spaanse trainer en reist maandelijks naar Villena om zijn zoon te begeleiden. Dat kost het gezin ongeveer 25.000 euro per seizoen, waarvan het grootste deel zelf wordt betaald.
Oud-coureur Roy ten Napel schetst intussen hoe de Nederlandse motorsport is teruggevallen sinds de periode waarin er nog meer geld en aandacht was voor talentontwikkeling. Volgens hem is de top in Nederland smal geworden en vertrekken talentvolle rijders vaak pas echt door naar het buitenland als ze goede begeleiding en sponsoring hebben. Hij wijst op Collin Veijer en Zonta van den Goorbergh als voorbeelden van coureurs die de sprong naar het internationale niveau hebben gemaakt.
Toch gebeurt er in Assen nog wel iets om nieuwe kinderen met de sport kennis te laten maken. Op het juniortrack bij het TT Circuit coördineert Ten Napel zo’n veertig dagen per jaar trainingen en wedstrijden, en vanaf 7 jaar kunnen beginners daar instappen. Ook daar is de boodschap duidelijk: er is talent, maar de weg naar de MotoGP blijft voor Nederlandse kinderen lang, duur en onzeker.
Het Oranje Café: Het Oranje Café staat stil bij intens verdrietig nieuws over Cody Gakpo en zijn vriendin