Noord-Korea's steun aan de oorlog in Oekraïne is vooral uit eigenbelang
In dit artikel:
In Pyongyang opende Kim Jong-un deze week samen met de Russische minister van Defensie Andrej Beloesov een nieuw herdenkingsmuseum en een monument voor Noord-Koreaanse militairen die in de strijd in Oekraïne zijn omgekomen. Tijdens de ceremonie — met witte ballonnen en straaljagers — hingen zowel Russische als Noord‑Koreaanse vlaggen op het beeld van strijders. Preciese slachtofferaantallen geven Moskou en Pyongyang niet; Zuid-Koreaanse schattingen spreken van ongeveer tweeduizend doden.
Kim bevestigde daarbij dat soldaten die dreigen gevangengenomen te worden geacht worden zichzelf te doden, iets wat eerder al werd vermoed en nu expliciet werd genoemd in zijn toespraak. De inzet van Noord-Koreaanse troepen op het slagveld begon in het najaar van 2024, na het sluiten van een defensief pact met Moskou. Sindsdien zouden zo’n 15.000 soldaten zijn uitgezonden, met inzet onder meer in de Koersk-regio, waar ze naar verluidt hielpen terrein terug te winnen van Oekraïense strijdkrachten. Daarnaast stuurde Pyongyang in de zomer van 2025 enkele duizenden arbeiders en ingenieurs voor wederopbouw en leverde het grootschalig wapens en munitie — naar verluidt miljoenen artilleriegranaten.
De steun aan Rusland levert Noord-Korea aanzienlijke voordelen op: praktische gevechtservaring voor het anders vooral op papier grote leger, toegang tot Russische wapenkennis en geavanceerd materieel, plus financiële en materiële steun zoals olie. Amerikaanse en andere waarnemers merken op dat Noord-Korea zo leert troepen over lange afstanden te verplaatsen en dat het aantal rakettests sterk toeneemt, wat duidt op groeiend militair zelfvertrouwen.
Politiek betaalt de samenwerking zich ook uit: door Poetin militair bij te staan bouwt Kim goodwill op bij het Kremlin, waarmee hij in de toekomst steun of gunsten kan afdwingen. De onthulling van het museum onderstreept zowel het menselijke offer van Noord-Koreaanse strijders als Pyongyangs strategische berekening achter zijn betrokkenheid in de oorlog in Oekraïne.