Noor (59) was meerdere keren ontheemd, nu wil hij ouderen een thuisgevoel geven

zondag, 15 februari 2026 (09:16) - RTL Nieuws

In dit artikel:

Noor Nezami ontvangt me in een verzorgingshuis in Voerendaal — de negende locatie die hij in zeven jaar tijd opende — met de bedoeling te laten zien dat ouderenzorg anders kan: kleinschalig, warm en gericht op waardigheid. Zijn initiatief Nobama Care (naar de beginletters van Noor, zijn broer Bashir en investeerder Maurice) streeft ernaar bewoners een echt thuisgevoel te geven, in plaats van een institutionele instelling.

Zijn motivatie komt voort uit zijn Afghaanse achtergrond, waar ouderen veel respect krijgen. Noor groeide op in Afghanistan als zoon van een rechter, studeerde geneeskunde in Sint-Petersburg (toen Leningrad) en wilde kinderarts worden. De oorlog en machtswisselingen in Afghanistan maakten terugkeer onmogelijk. In de jaren ’90 vluchtte hij met zijn familie via mensensmokkelaars; hij werd opgepakt en zat twee jaar in een Afghaanse gevangenis. Pas na een omzwerving via Moskou kon hij zich herenigen met zijn vrouw en kinderen in Nederland, waar zijn familie in een opvang in Valkenburg terechtkwam. Via gezinshereniging kwam Noor enkele maanden later ook naar Nederland.

Aangekomen moest hij zijn loopbaan opnieuw opbouwen: zijn Russische opleiding werd niet erkend, dus hij koos voor een mbo-BBL in verpleegkunde, werkte in de thuiszorg en combineerde banen met intensief taalleren. Die praktijkervaring, gecombineerd met zijn culturele overtuiging dat ouderen respect en autonomie verdienen, leidde in 2012 tot het plan voor alternatieve verpleeghuizen. Na jaren van koffiedates met banken en aanvankelijke afwijzingen vond hij in 2017 een investeerder; in 2019 opende de eerste locatie in Heerlen. Noor werkte in het begin zelf nachtdiensten en stond op plekken met personeelstekort — zijn betrokkenheid was praktisch en hands-on.

De aanpak van Nobama Care onderscheidt zich door eenvoud en menselijk maatwerk: minder bureaucratie, platte organisatiestructuur, coaches die meewerken en veel aandacht voor dagelijkse gewoonten van bewoners. Persoonlijke voorkeuren gelden — zoals uitslapen tot 11 uur als iemand dat wil — en medewerkers worden aangemoedigd tijd te nemen voor een kop koffie en een gesprek. Praktische voorbeelden illustreren het verschil: in plaats van formulieren en doorgeleiding naar facilitaire diensten pakt men simpelweg een schroevendraaier; personeel mag direct helpen als een bewoner angstig of iets kwijt is. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd oordeelt dat de organisatie geen problemen heeft die een extra inspectiebezoek rechtvaardigen, al is er bij een jonge organisatie altijd ruimte voor verbetering.

Noor ziet zijn locaties niet alleen als plekken voor zwaardere zorg, maar als gemengde woonomgevingen waar mensen die zorg nodig hebben en leeftijdsgenoten die dat (nog) niet hebben, elkaar kunnen ontmoeten en ondersteunen. Zijn doel is een samenleving binnen het verpleeghuis: minder eenzaamheid, meer onderlinge aandacht en zo mogelijk een gedeeltelijke verlichting van de toenemende tekorten in de zorg. Hij gelooft dat een beter evenwicht tussen mantelzorg, vrijwilligerswerk en professionele zorg niet alleen het welzijn van ouderen vergroot, maar ook toekomstige druk op het zorgsysteem kan verminderen.

Privé is Noor trots op zijn gezin: zijn dochters hebben banen bij ASN Bank en Defensie, en hij is recent opa geworden. Zijn persoonlijke geschiedenis — van studerend jongeman in de Sovjet-Unie, via gevangenschap en vlucht naar integratie in Nederland — vormt de voedingsbodem van zijn visie op zorg: respect, gelijkwaardigheid en het teruggeven aan de maatschappij. Met negen locaties en plannen voor uitbreiding blijft hij ambitieus en praktijkgericht werken aan een menselijker ouderenzorg in Nederland.