"Nooit meer Nord Stream": Viktor Orbán zet leger in en eist toegang tot Friendship-pijpleiding na Oekraïense blokkade
In dit artikel:
Na een vergadering van de Defensieraad laat de Hongaarse premier Viktor Orbán het erop aankomen: het leger wordt op 75 locaties ingezet om cruciale energie-infrastructuur te bewaken en er komt een parlementaire onderzoekscommissie naar de Friendship-pijpleiding (Druzhba). Sinds eind januari is de toevoer via die pijp – goed voor meer dan 90% van Hongarije’s olievoorziening – stilgevallen, met grote economische risico’s voor Hongarije en Slowakije. Orbán beschuldigt Oekraïne van sabotage en politieke chantage, spreekt van “state terrorism” en legt een link met de aanslagen op Nord Stream; hij toont satellietbeelden die volgens hem aantonen dat de pijpleiding zelf niet beschadigd is maar dat er technische obstakels zijn geplaatst.
Oekraïne meldt dat de leiding op 27 januari door Russische drones geraakt werd; de feiten en verantwoordelijkheid zijn dus omstreden. Hongarije en Slowakije (onder leiding van Fico) eisen toegang tot de pijpleiding op Oekraïens grondgebied en dreigen met tegenmaatregelen: blokkade van EU-besluiten, het tegenhouden van sancties tegen Rusland en het bevriezen van leningen aan Kiev. Tegelijk voert Orbán binnenlandse veiligheidsmaatregelen op — dronelimieten in grensgebieden, verhoogde politie- en legerpatrouilles — en profileert hij zich politiek als beschermer van nationale soevereiniteit vóór Brusselsolidariteit.
Critici noemen het een illiberaal machtsvertoon en een pro-Kremlin narratief om af te leiden van economische problemen en naderende verkiezingen; Brussel reageert voorlopig terughoudend en spreekt over fact-finding. Theelpunten blijven: wie is verantwoordelijk voor de stillegging en welke gevolgen dit heeft voor Europese politiek en energiezekerheid.