"Noodgedwongen keuzes moeten maken": vooral vrouwen als Carine (63) en Yahaira (39) bezorgd om pensioen
In dit artikel:
Een coalitie van tien vrouwenorganisaties, onder meer Vrouwenraad, ZIJkant, Rebelle, Ella vzw, Collectief 8 maart en Furia, voert campagne tegen de voorgenomen pensioenhervorming van de federale regering. Zij waarschuwen dat de plannen vrouwen onevenredig hard treffen omdat zij vaker deeltijds werken en daardoor lagere pensioenrechten opbouwen. Die zorg wordt gedeeld door de Raad van State, die al waarschuwde dat de hervorming de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen kan vergroten.
De discussie draait vooral om twee onderdelen: de verhoging van de minimale effectieve werkdagen per loopbaanjaar van 104 naar 156 dagen en de inzet van een systeem met een financiële malus voor wie vervroegd met pensioen gaat zonder voldoende jaren met minimaal die 156 dagen. De regering – kabinet van minister Jan Jambon (N-VA) – verdedigt de hervorming en benadrukt dat bijkomende periodes zoals moederschapsrust, zorgverlof en ziekte gelijkgesteld zijn en dus meetellen voor pensioenopbouw. Volgens het kabinet telt elk loopbaanjaar met minstens halftijdse tewerkstelling mee; wie daaronder zit, ziet dat ook terug in het pensioen, ongeacht geslacht.
Twee persoonlijke verhalen illustreren waarom de organisaties zich verzetten. Carine De Fauw (63) werkte aanvankelijk voltijds als vroedvrouw, schakelde na de komst van kinderen over op halftijds werk en combineerde later de zorg voor kinderen en ouders met periodes van ziekte. Sommige jaren waarin ze werkte als onthaalouder of in deeltijd werden volgens haar door regelgeving van toen niet altijd meegeteld voor pensioenopbouw. Carine werkt nu één à twee dagen per week als lesgever voor zorgopleidingen en is erkend als invalide; fysiek voltijds werken lukt niet meer. Ze vreest dat de hervorming haar pensioenbedrag nog verder zal drukken, ondanks de overheid die haar geruststelt dat haar wettelijke pensioenleeftijd (66 in 2029) onveranderd blijft en dat ze volgens het kabinet zonder malus in 2029 kan uittreden.
Het tweede voorbeeld is Yahaira Tamerus (39), alleenstaande moeder en van oorsprong uit de Dominicaanse Republiek. Zij stopte met haar zelfstandige schoonheidssalon omdat dat niet combineerbaar was met het ouderschap en werkte daarna in de dienstenchequesector, waar lonen en dus toekomstige pensioenen zeer laag zijn. Yahaira wijst op de kwetsbaarheid van veel vrouwen in die sector — vaak met migratieachtergrond, tijdelijke contracten en taalbarrières — en pleit voor betere begeleiding en hogere lonen zodat werknemers een waardig pensioen kunnen opbouwen. Het kabinet antwoordt dat (zorg)verlofperiodes wel degelijk meegeteld blijven en dat de structurele loonproblemen in sectoren als schoonmaak los staan van de pensioenhervorming.
Kort samengevat: vrouwenorganisaties brengen met persoonlijke getuigenissen naar voren dat de geplande hervorming de bestaande ongelijkheden in pensioenopbouw kan vergroten, doordat deeltijdwerk, loopbaanonderbrekingen en laagbetaalde sectoren disproportioneel vrouwen treffen. De regering erkent specifieke gelijkstellingen in de uitwerking maar stelt dat wie minder heeft bijgedragen, voor iedereen lagere pensioenen krijgt. De breuklijn blijft of de maatregelen voldoende compenseren voor levens- en zorgpatronen die vooral vrouwen kenmerken.