Nog voor 20 dagen brandstofreserves in Oekraïne na Russische aanvallen
In dit artikel:
Oekraïne kampt met acute energieproblemen nu de Russische aanvallen op elektriciteitsinfrastructuur zijn opgevoerd. Minister van Energie Denys Shmyhal zei vrijdag in het parlement dat het land nog brandstofreserves heeft voor ongeveer 20 dagen en dat de bevoorrading „zeer moeilijk” verloopt; volgens hem zijn inmiddels alle energiecentrales aangevallen. Vooral Kyiv en de regio’s Dnipro, Kharkiv en Odesa ondervinden grote druk: reparatieteams werken tegen de klok terwijl duizenden huishoudens langs de frontlijn al dagen zonder stroom en verwarming zitten bij temperaturen rond of onder het vriespunt.
Shmyhal, die deze week als minister begon, heeft extra invoer van elektriciteit bevolen en waarschuwt dat de binnenlandse opwekking dit jaar met 2,3–2,6 GW moet stijgen om aan de vraag van huishoudens te voldoen. President Volodymyr Zelensky riep woensdag de noodtoestand uit voor de energiesector en zette een permanent coördinatiecentrum in Kyiv op om herstel- en hulpacties te stroomlijnen. De overheid wil ook meer elektriciteit importeren en onderzoekt of regels rond de avondklok tijdelijk aangepast moeten worden zodat mensen naar steunpunten kunnen.
Reparatieteams, energiebedrijven en andere diensten zijn volgens Zelensky „rond de klok” bezig om de netten te herstellen; veel problemen vragen om een snelle oplossing. De gecombineerde druk van winterse omstandigheden en doelgerichte aanvallen maakt de situatie extra kwetsbaar en vergroot de humanitaire nood, vooral voor gezinnen die afhankelijk zijn van verwarming. Internationale hulp en extra leveranciersstroom zullen cruciaal zijn zolang beschadigingen aan infrastructuur blijven voortduren.