Nog slechts weinig huisartsen schrijven abortuspil voor
In dit artikel:
Meer dan een jaar nadat huisartsen in Nederland toestemming kregen om de medische abortus (de abortuspil) voor te schrijven, heeft slechts een klein deel van hen de verplichte nascholing afgerond. Fiom, het expertisecentrum voor ongewenste zwangerschappen, meldt dat van de circa 16.000 huisartsen slechts 568 (3,5%) de e‑learning hebben voltooid en daarmee bevoegd zijn recepten uit te schrijven. Fiom verwacht wel een geleidelijke toename.
Na het volgen van de scholing mogen huisartsen de combinatiebehandeling met mifepriston en misoprostol voorschrijven bij zwangerschappen tot 8 weken en 6 dagen; elk recept moet worden gemeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). In 2024 werden meer dan 16.000 zwangerschapsafbrekingen met de pil uitgevoerd van in totaal circa 39.000 abortussen in Nederland. Sinds 2019 mogen huisartsen ook al de pil voorschrijven voor een overtijdbehandeling; het aantal door huisartsen verstrekte recepten steeg vorig jaar naar 602 (tegen 235 in 2024).
Belanghebbenden en huisartsen noemen uiteenlopende redenen voor het lage aantal voorschrijvers. Initiatiefnemer van de wetswijziging huisarts Peter Leusink noemt de cijfers teleurstellend en ziet een kloof tussen intentie (uit peilingen circa 35% zou willen voorschrijven) en daadwerkelijke deelname. Huisarts Isabel van Hövell‑Ullmann (Groningen) weigert uit principiële en praktische overwegingen en wijst op het belang van goed georganiseerde samenwerking met verloskundigen en gynaecologen voor snelle interventie bij complicaties. Zij noemt ook de aanwezigheid van abortus in het Wetboek van Strafrecht en de meldplicht bij de IGJ als drempels die de behandeling een stigma geven. Anderzijds ziet huisarts Sascha Kotterer (Utrecht) de mogelijkheid als waardevolle uitbreiding van het huisartsenvak en een laagdrempelige toegangsroute voor vrouwen.
Stichting Ava benadrukt dat vrouwen behoefte hebben aan keuzevrijheid en dat voorschrijven door huisartsen vooral in dunbevolkte regio’s de toegankelijkheid kan verbeteren; Nederland heeft 19 abortusklinieken en in de drie noordelijke provincies is er slechts één kliniek (Groningen). De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) meldt weinig signalen van leden over het aanbieden van de pil en wijst op administratieve rompslomp (meldingen aan IGJ, declaratie via een aparte stichting) maar neemt geen standpunt in. Conclusie: hoewel de wettelijke mogelijkheid er is, remmen praktische, organisatorische en juridische bezwaren brede invoering door huisartsen af, met gevolgen voor de regionale toegankelijkheid van abortuszorg.