NOC*NSF zet voor Winterspelen 2030 ook vol in op curling en bobsleeën

woensdag, 1 april 2026 (18:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

NOC*NSF trekt de komende vier jaar in totaal 13.899.280 euro uit voor de voorbereiding op de Olympische Winterspelen van 2030 in de Franse Alpen. Het Verdeelvoorstel 2026–2030 werd woensdag gepresenteerd in sportcentrum Papendal en verschuift middelen naar disciplines met reëel kwalificatie- of medaillevermogen.

De grootste ontvanger blijft de KNSB: het langebaanschaatsen krijgt 1.164.320 euro (een groei van 7%), waarvan ongeveer de helft bestemd is voor talentontwikkeling en de rest voor het hosten van EK’s, WK’s en wereldbekers in Nederland. Shorttrack krijgt een lichte stijging tot 1.084.000 euro. Commerciële schaatsploegen zijn buiten de verdeling gehouden omdat zij zichzelf financieren.

Er zijn forse kortingen voor de olympische snowboardploeg (minus 48%, van 480.361 naar 250.000 euro) en de paralympische skiërs (minus 23%, naar 350.000 euro). Directeur topsport André Cats motiveert die bezuinigingen met tegenvallende prestaties van de snowboarders de afgelopen jaren en benadrukt dat successen bij paralympische wedstrijden veelal individuele ruiters zijn, met Jeroen Kampschreur als voorbeeld.

Tegelijk zet NOC*NSF juist extra in op curling en bobsleeën. Curling krijgt 347.500 euro per jaar (plus 34%) met focus op het mannenteam en het gemengde dubbel; kwalificatie voor Parijs 2030 acht men haalbaar. Er komt naar verwachting een nieuwe curlingaccommodatie in Heerenveen, maar details over bouw, timing en financiering ontbreken nog. De bobsleeën ontvangen voortaan 174.000 euro per jaar voor twee- en viermansbobs, terwijl skeletonkampioen Kimberley Bos een aanvullende vergoeding van 105.000 euro per seizoen kan krijgen als ze doorgaat.

Schaatskoppel Daria Danilova en Michel Tsiba, die in Milaan op voorspraak van Cats mochten deelnemen, zijn niet opgenomen in de plannen voor 2030; NOC*NSF ziet onvoldoende perspectief om hen tot Olympische kansen te rekenen. Over het algemeen richt de sportkoepel subsidiebeleid meer dan ooit op disciplines met concreet zicht op plaatsing of podiumplaatsen.