Assistent (99) die onthulde dat Nixon mensen afluisterde in Oval Office overleden
In dit artikel:
Alexander Butterfield, voormalig topassistent van president Richard Nixon, is op 99‑jarige leeftijd overleden; hij zou volgende maand honderd zijn geworden. Zijn vrouw Kim en oud‑medewerker John Dean bevestigden zijn overlijden aan persbureau AP.
Butterfield kwam wereldnieuws toen hij in juli 1973 tijdens de Senaatscommissie voor Watergate onthulde dat er vanaf 1971 een opgenomen systeem in het Witte Huis aanwezig was. Hij had samen met de Secret Service microfoons laten aanbrengen in het Oval Office en andere plekken, zodat Nixon gesprekken beter kon vastleggen en niet volledig afhankelijk was van notulen. Die onthulling, die volgde op aanwijzingen van John Dean, maakte de beroemde White House‑tapes zichtbaar voor onderzoekers en versnelde het proces dat uiteindelijk leidde tot Nixons aftreden.
Hoewel Butterfield zelf geen deel uitmaakte van de illegale praktijken, kreeg zijn reputatie schade; collega’s gedroegen zich afstandelijk en hij werd vier maanden na zijn aantreden als FAA‑directeur in 1972 teruggeroepen om te getuigen. In 1975 nam hij onder druk van president Gerald Ford ontslag bij de FAA en maakte later de overstap naar de luchtvaartsector in het bedrijfsleven.
In een interview uit 2012 zei Butterfield dat hij het onterecht vond als de man die de tapes had ‘onthuld’ te worden gezien: "Het wekt de indruk dat ik naar de commissie ben gerend." Hij bleef erop staan slechts als getuige te hebben opgetreden en stelde dat The Washington Post het schandaal had blootgelegd.