Nixons assistent Alexander Butterfield die Watergatetapes onthulde overleden

dinsdag, 10 maart 2026 (08:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Alexander Butterfield is op 99‑jarige leeftijd in San Diego overleden; volgende maand zou hij honderd zijn geworden. Butterfield was Nixons topassistent die tijdens het Watergate‑onderzoek in het openbaar onthulde dat er in het Witte Huis heimelijk geluidsopnames werden gemaakt. Op 16 juli 1973 verklaarde hij voor de Senaatscommissie dat er “tape in het Oval Office” was; later bleek dat tussen februari 1971 en juli 1973 zo’n 3.700 gesprekken werden opgenomen.

Die onthulling maakte het mogelijk om concrete bewijzen te zoeken voor wat de president wel of niet wist van de inbraak bij het Democratische hoofdkwartier en eskaleerde het conflict tussen het Congres en Nixon, wat uiteindelijk bijdroeg aan Nixons aftreden in 1974. Butterfield was een van de weinigen binnen de administratie die van het opnamesysteem afwist; hij had toezicht gehouden op de installatie toen hij als plaatsvervanger van stafchef Haldeman werkte.

Butterfield, in Californië opgegroeid en een voormalig gevechtspiloot die later in het Pentagon diende, zei later dat hij het onterecht vond als beeld neergezet te worden van een roddelende verklikker. Journalisten zoals Woodward en Bernstein speelden volgens hem zelf een sleutelrol in de onthulling. Na Watergate werd Butterfield benoemd tot hoofd van de FAA, maar trad op verzoek van president Ford af; daarna werkte hij als consultant en leverde informatie voor onder meer Bob Woodwards boek The Last of the President's Men (2015). Zijn getuigenis blijft een cruciaal keerpunt in het Watergate‑schandaal.