Nijlpaarden van Escobar: Colombia worstelt met zijn meest exotische erfenis
In dit artikel:
Colombia worstelt met een onverwachte erfenis van drugsbaron Pablo Escobar: uit vier nijlpaarden die hij eind jaren zeventig naar zijn landgoed Hacienda Nápoles haalde, is een wildpopulatie van honderden exemplaren gegroeid langs de Magdalarivier. Colombia is daarmee het enige land buiten Afrika met wilde hippo’s. Na Escobars dood in 1993 werden de meeste exotische dieren weggeplaatst, maar de vier nijlpaarden ontsnapten aan vangen en breidden zich zonder natuurlijke vijanden snel uit. Waar het ministerie in 2009 de jacht toestond, leidde de dood van een schotrijp nijlpaard tot zo veel verontwaardiging dat die maatregel stopte.
In 2009 waren er nog zo’n 27 dieren; in 2024 tellen autoriteiten meer dan 180 verspreid over circa 43.000 km² rond de Magdalena. De dieren veroorzaken ernstige problemen: ze verstoren ecosystemen, vallen vee en mensen aan, en zijn logistiek moeilijk te bestrijden. Verplaatsen naar buitenlandse dierentuinen is praktisch en financieel bijna onhaalbaar, sterilisatie wordt bemoeilijkt door het agressieve gedrag van nijlpaarden, en routinematig afschieten stuit op maatschappelijke weerstand.
Minister van Milieu Irene Vélez kondigde daarom aan dat de dieren vanaf de tweede helft van dit jaar geëuthanaseerd zullen worden, wat wederom felle protesten van dierenrechtenorganisaties en tegenstand van lokale gemeenschappen opleverde. Voor sommige bewoners leveren de hippo’s juist inkomsten op via toerisme; een lokale gids zei dat de dieren nu “generaties lang” in de regio zijn en zich als Colombianen gedragen.
De kwestie is een complex beleidsdilemma: dierenwelzijn en internationale kritiek staan tegenover veiligheid, ecologische schade en de onwerkbaarheid van alternatieve oplossingen. De uitkomst bepaalt hoe Colombia omgaat met een invasieve populatie die onbedoeld door menselijk handelen is ontstaan.