Nieuwkomers voor de klas in Groningen om lerarentekort tegen te gaan. Emel (46) uit Turkije: 'Het raakt me als er gelachen wordt om mijn uitspraak'
In dit artikel:
In Groningen leidt het project Wereldburgers voor de Klas nieuwkomers en statushouders op om weer voor de klas te kunnen staan, met als doel zowel het grote lerarentekort terug te dringen als ervaren docenten aan werk te helpen. Op een trainingsdag in de Korrewegwijk zitten zo’n twintig deelnemers — van Oeigoerse, Syrische en Turkse afkomst — klaar voor taallessen, didactiektrainingen, coaching en een leerwerkplek. Veel van hen gaven in hun land van herkomst jarenlang les, maar wachten hier soms jaren op één kans om opnieuw te beginnen.
Het traject duurt ongeveer anderhalf jaar en richt zich op taalvaardigheid, pedagogiek en het wennen aan het Nederlandse schoolsysteem, dat meer zelfstandigheid en initiatief van leerlingen vraagt dan klassieke lesvormen in veel andere landen. Remi Doomernik, projectleider in Groningen, benadrukt dat de kandidaten inhoudelijke kennis en ervaring al hebben; wat opnieuw opgebouwd moet worden, is het netwerk en het vertrouwen in een nieuwe onderwijscontext.
Vier deelnemers uit het project illustreren de uitdagingen en ambities. Emel Kahraman (46), politiek vluchteling uit Turkije, was twintig jaar scheikundedocent maar begon in Nederland als onderwijsassistent omdat de taal en vertrouwen tijd vroegen; haar doel is weer fulltime voor de klas staan. Jousef al‑Ghanem (39), vluchteling uit Syrië en voormalig meester in het basisonderwijs, werkt nu als onderwijsassistent op een ISK-school en oefent met het Nederlandse klassenmanagement — collega’s raden hem aan strenger op te treden dan hij gewend is. Sinem Balyali Yilmaz (39), migrant uit Turkije met universitaire onderwijservaring, geeft inmiddels Engels op een vmbo-school maar stuitte aanvankelijk op afwijzingen waarvan ze vermoedt dat haar naam of achtergrond meespelen. Maerhaba Tumuer (33), Oeigoerse vluchtelinge uit China met een master en docentenkwalificatie, wil leren hoe Nederlandse lessen en klassen functioneren; ze waardeert de grotere ruimte voor persoonlijk contact tussen docent en leerling.
Landelijk nemen circa 300 nieuwkomers deel aan Wereldburgers voor de Klas, terwijl er ongeveer 3.000 aanmeldingen zijn. Het programma begon met landelijke subsidie maar draait nu vooral op bijdragen van gemeenten, regionale samenwerkingen en sponsors. Volgens Doomernik zijn scholen in de stad, zoals Groningen, vaker bereid kandidaten een kans te geven dan scholen buiten de stad, waar terughoudendheid groter blijft.
Het project laat zien dat een belangrijke bron van gekwalificeerde leraren onbenut blijft: mensen met jarenlange praktijkervaring die door taalbarrières, verschil in onderwijscultuur en gebrek aan netwerken geen baan vinden. Door gerichte scholing en stages kunnen zij relatief snel inzetbaar worden als docent of onderwijsassistent — iets wat kan helpen het structurele tekort (in 2025 ongeveer 9.000 voltijdbanen landelijk) te verzachten. De praktijk in Groningen toont zowel de motivatie van de deelnemers als de noodzaak van blijvende investering en bereidheid van scholen om diversiteit en ervaring in het docentcorps te omarmen.