Nieuwe wet forceert dat alle Chinezen dezelfde taal spreken
In dit artikel:
Vanaf vandaag is in China vastgelegd dat scholen alleen nog in het Mandarijn (putonghua) mogen onderwijzen; overtreding is strafbaar. De nieuwe wet op 'etnische eenheid' criminaliseert naast 'gewelddadig terrorisme' en 'religieus-extremisme' ook etnisch separatisme en het 'ondermijnen van de nationale eenheid' — begrippen die ruimte laten voor brede interpretatie en handhaving. Praktisch betekent dit dat onderwijs in talen als Kantonees, Oeigoers of Tibetaans onder druk komt te staan.
Correspondent Roland Smid merkt dat dit een juridische bekroning is van een proces dat al liep: onder president Xi Jinping is het taalbeleid aangescherpt met als doel één gemeenschappelijke standaardtaal voor alle Chinezen. In gebieden waar Mandarijn traditioneel minder dominant is, zoals Xinjiang, is al een generatieverschijnsel zichtbaar: kinderen communiceren vaker in Mandarijn, terwijl oudere bewoners dat vaak niet doen. De nieuwe wet versterkt het waarschuwende effect voor docenten; uit vrees voor vervolging zullen zij mogelijk zichzelf censureren.
Wetenschappers plaatsen dit in een bredere strategie van 'sinificatie'. Casper Wits (Universiteit Leiden) stelt dat diversiteit door Peking steeds meer als bedreiging wordt gezien, vooral bij Oeigoeren, Tibetanen en Mongolen, en dat de wet nu een juridische basis geeft voor beleid dat eerder voornamelijk bestuurlijk werd toegepast. Taalverlies is bovendien vaak een gevolg van onderwijsbeleid: hoogleraar Gijsbert Rutten wijst erop dat wanneer een taal uit school verdwijnt, gebruik thuis en houding ten opzichte van die taal kunnen veranderen — ouders kiezen soms bewust voor de dominante taal uit pragmatische overwegingen.
China telt ongeveer 90% Han-Chinezen en 55 erkende minderheden; op papier gelijk, in praktijk dominant. Het verplichten van Mandarijn kan ertoe leiden dat nieuwe generaties hun minderheidstaal niet meer adequaat lezen of schrijven — een probleem vooral bij complex schrift zoals het Tibetaans — en uiteindelijk tot kwalitatief verlies of verdringing van die talen. Vergelijkingen met taalstandaardisatie in Nederland (verlies van dialecten, druk op Fries) illustreren dat dit proces niet uniek is, maar in China door beleid en wetgeving nu versneld kan worden.