Nieuwe spoorlijn? We kunnen het!
In dit artikel:
De nieuwe Koralmbahn verbindt sinds bijna twee maanden Graz (Stiermarken) met Klagenfurt (Karinthië) en heeft de reisduur tussen beide steden ingekort van ongeveer drie uur naar nog geen drie kwartier. Dagelijks rijden meer dan dertig passagierstreinen over het 130 km lange traject; daarnaast is de lijn bedoeld om veel vracht van de zuidelijke snelwegen over te nemen. Na ruim 25 jaar bouwen kostte het project iets meer dan 5 miljard euro en geldt het als een van de grootste infrastructurele werken in Oostenrijk.
De opening wekte brede publieke belangstelling: op de eerste dag verkocht de ÖBB tienduizenden kaartjes, en uitgebreide PR en media-aandacht hebben in het zuiden van het land een gevoel van trots teweeggebracht. Dat tijdelijke optimisme werkt als tegenwicht tegen het doorgaande pessimisme onder de bevolking — zorgen over klimaat en migratie verdwijnen even naar de achtergrond. Hoewel het eerbetoon vooral naar ingenieurs, technici en arbeiders gaat (veel van hen afkomstig uit het buitenland), zien veel mensen het project als bewijs dat Oostenrijk nog steeds grote, zorgvuldige projecten kan uitvoeren.
In tegenstelling tot sommige snel opgetrokken buitenlandse spoorlijnen werd bij de aanleg volgens het artikel rekening gehouden met mensen en natuur: geen massale verdrijving of dwangarbeid, wat de langere looptijd en hogere kosten verklaart. Vooruitkijkend noemt de tekst ook de Brenner Basistunnel (oplevering gepland in 2032) als volgende grote klus die het Europese spoorverkeer verder zal verbeteren — en roept de vraag op of het succes van de Koralmbahn niet eerder het vertrouwen kan herstellen dat Europa wél in staat is om grootschalige, duurzame infrastructuur te realiseren.