Nieuwe pensioenwet kan tienduizenden euro's kosten bij baanwissel
In dit artikel:
Ongeveer 1,6 miljoen Nederlandse werknemers bouwen hun pensioen via een verzekeraar op en lopen bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel het risico op een substantieel pensioentekort — vooral wanneer ze van baan wisselen. De kern van het probleem is dat het huidige leeftijdsafhankelijke premiesysteem (jongere werknemers betalen minder, oudere vaak veel meer, soms rond 35%) wordt vervangen door één gelijke premie voor alle leeftijden. Pensioendeskundigen verwachten dat die nieuwe premie ongeveer 16% zal zijn.
Voor mensen halverwege of tegen het einde van hun loopbaan is dat nadelig: zij droegen in de oude constructie vaak meer dan 16% en zullen daardoor minder inleggen bij de nieuwe regeling. Werkgevers kunnen kiezen voor eerbiedigende werking, waardoor zittende werknemers hun oude regeling houden en nieuwe collega’s naar de gelijke-premieregeling gaan — maar bij een baanwissel vervalt die bescherming en ontstaat alsnog een gat. Een rekenvoorbeeld illustreert dit: een 60-jarige die 21% premie betaalde (7.497 euro per jaar) zou bij 15% slechts 5.250 euro betalen, ruim 2.200 euro per jaar minder; over zeven jaar kan dat opgelopen verlies circa 15.700 euro aan pensioenkapitaal betekenen.
Pensioenadviseurs waarschuwen werknemers om bij een werkgeverwissel goed te letten op deze financiële consequenties en zo nodig compensatie te bedingen. De Autoriteit Financiële Markten vroeg verzekeraars en werkgevers duidelijke voorlichting te geven; het Verbond van Verzekeraars zegt dat informatie al via websites, overzichten en uitdienstbrieven beschikbaar is. DNB meldt dat er circa 57.000 contracten tussen bedrijven en verzekeraars bestaan die door deze wijzigingen geraakt worden.