Nieuwe Fed-voorzitter Warsh balanceert tussen druk van Trump en onafhankelijk monetair beleid
In dit artikel:
Kevin Warsh nam op 22 mei het voorzitterschap van de Federal Reserve over van Jerome Powell. Zijn aanstelling is het werk van president Donald Trump, die openlijk hoopt dat Warsh de rente verlaagt om de economische groei aan te jagen en de rentelast van de grote staatsschuld te drukken. Die druk plaatst Warsh meteen in een lastige positie: hij moet politieke verwachtingen pareren en tegelijk de onafhankelijkheid van de Fed bewaken.
Economisch gezien pleiten de cijfers niet voor lagere rentetarieven. De inflatie versnelt naar ongeveer 3,8 procent, ruim boven het streefcijfer van 2 procent, terwijl de arbeidsmarkt sterke banencreatie laat zien. Zulke omstandigheden spreken eerder voor verkrapping dan voor versoepeling van het monetair beleid. Als de centrale bank zich laat leiden door politieke wensen, staat haar geloofwaardigheid op het spel; het mandaat van de Fed richt zich op prijsstabiliteit en gezonde, duurzame ontwikkeling, niet op kortetermijnpolitiek.
Warsh zelf heeft een wisselend profiel: eerder (2006–2011) bekend als een 'havik' voor strakkere politiek, later meer gematigd. In Senaatsverklaringen bagatelliseerde hij politieke druk en benadrukte dat presidentswensen om lagere rentes niet nieuw zijn. Praktisch beperkt zijn invloed bovendien: besluiten worden genomen door het twaalfkoppige comité (FOMC) en de voorzitter heeft geen doorslaggevende stem. Daarmee blijft de koers van het rentebeleid een collectieve beslissing, niet louter een presidentswens.