Nieuwe DNA-wet 2 jaar van kracht: hoeveel nieuwe sporen leverde het op?

zondag, 1 maart 2026 (07:04) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Twee jaar na de invoering van de nieuwe DNA-wet in België levert de uitbreiding van de DNA-databank al concrete nieuwe sporen op. De hervorming maakte het mogelijk om Y-chromosoomprofielen op te slaan en via verwantschapsonderzoek naar daders te zoeken — dus niet alleen naar een directe match met een individu, maar ook naar verwanten in de vaderlijke lijn. Omdat het Y-chromosoom vrijwel onveranderd van vader op zoon wordt doorgegeven, kan een profiel in de databank wijzen naar broers, zonen, vaders, neven of andere mannelijke verwanten van een verdachte.

Het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) meldt aan VRT NWS dat er in de afgelopen twee jaar 1.661 Y-profielen zijn opgenomen; maandelijks komen er gemiddeld 30–35 bij. Van die profielen zijn er 266 overgezet uit oudere dossiers — met het oog op mogelijke doorbraken in cold cases, waaronder onderzoeken naar onder meer de moord op Ingrid Cackaert, de moord op Tania Van Kerkhoven en de verdwijningen van Kim en Ken. Het oudste overgezette dossier dateert uit het begin van de jaren 90.

Qua effect laat de databank zich ook al voelen: in 43 dossiers heeft de Y-databank een match opgeleverd en zo een nieuwe opsporingspiste geopend die vóór de wetswijziging niet bestond. In ongeveer 65% van die gevallen kon men de vaderlijke lijn zelfs tot op familienaam terugbrengen; in de overige gevallen werden sporen aan elkaar gekoppeld zonder dat meteen een naam te plakken was. Het merendeel van de aangevulde dossiers betreft zedenzaken — meer dan 90% — omdat bij die zaken het opstellen van een Y-STR-profiel verplicht is, maar ook moorden en andere zware feiten zitten ertussen.

Het NICC waarschuwt dat een match geen onmiddellijke oplossing betekent. Zoals Bieke Vanhooydonck van het NICC het samenvat: "Ons werk is een puzzelstukje in het geheel." Na een match volgt intensief CIA-werk van politie en parket: stambomen en familieverbanden moeten worden uitgezocht, relevante personen geïdentificeerd en, waar nodig, concreet DNA-onderzoek uitgevoerd. Dat proces kan tijd vergen; enkele dossiers tonen al vooruitgang, maar nog geen afgeronde zaken.

De instelling relativeert tevens het bereik: hoewel de eerste 43 nieuwe sporen bemoedigend zijn en België op dit terrein binnen Europa voortrekkersrol speelt, blijft de Y-databank relatief klein (circa 1.600 profielen) vergeleken met de reguliere DNA-databank (ruim 160.000 profielen). De verwachting is dat uitbreiding van de databank de komende jaren meer kans op doorbraken zal creëren.