'Nieuwe bewoners van de Javastraat gaat tóch naar de Albert Heijn': waarom kleine winkeltjes in New York geliefder zijn dan in Amsterdam

maandag, 1 juni 2026 (21:17) - Het Parool

In dit artikel:

In New York vormen bodega’s—kleine, vaak 24/7 geopende buurtwinkels, meestal gerund door immigranten—een onmisbaar onderdeel van het stadsleven. In 2022 waren er zo’n 7.300 van deze winkeltjes, die niet alleen boodschappen en broodjes verkopen, maar ook als sociale hub functioneren: eigenaars kennen vaste klanten, lenen soms via ‘store credit’ uit en bieden dagelijkse menselijke contacten in een stad waar iedereen haast heeft. Bodega’s hebben culturele status gekregen (boeken, documentaires, rapvideo’s) en zelfs politiek gewicht; ze kwamen ter sprake tijdens recente burgemeesterscampagnes en er loopt een wetsvoorstel om zwerfkatten in bodegawinkels formeel toe te staan.

De geschiedenis van de bodega laat zich lezen als een geschiedenis van migratie: in de negentiende eeuw openden Joodse en Italiaanse immigranten buurtwinkels, later namen Puerto Ricaanse, Dominicaanse en daarna weer andere immigrantengroepen het stokje over. Na 2010 nam een groot aantal winkels een Jemenitische achtergrond aan. Ondanks stijgende huren en veiligheidsproblemen blijven bodega-eigenaren volhouden; in 2018 bundelden zij hun krachten in een belangenvereniging.

Het artikel zet deze New Yorkse waardering tegenover de situatie in Amsterdam. Ook daar zijn tal van kleine toko’s, kruideniers en etnische winkels die boodschappen en kant-en-klaar eten combineren, maar ze krijgen minder publieke en bestuurlijke lof. Nederlandse gemeenten sturen vaak op een ideaalbeeld van ‘kwaliteit’ voor winkelstraten—favoriet zijn schone, hippe voorzieningen en ketens—waardoor rommelige maar populaire buurtwinkels het moeilijker hebben. Ambtenaren schrikken bovendien sneller van concentraties van één bevolkingsgroep; waar New York trots is op duidelijk herkenbare wijkidentiteiten (zoals Chinatown), zien Nederlandse beleidsmakers dat vaak als een risico dat gespreid moet worden.

Onderzoek naar stadsvernieuwing, bijvoorbeeld op de Javastraat, toont dat nieuwkomers de diversiteit van kleine zaken waarderen als sfeer, maar voor dagelijkse boodschappen vaak teruggrijpen op grote supermarkten. Dat illustreert ook een ander verschil in opvatting over integratie: in New York geldt succes deels als het loslaten van etnische belemmeringen, terwijl in Nederland integratie vaak wordt bekeken als aanpassing van nieuwkomers aan bestaande normen.

Lokale initiatiefnemers in Amsterdam pleiten ervoor toko’s meer te vieren, omdat ze sociale knooppunten en culturele dragende plekken zijn. Voorbeelden van Amsterdamse buurtzaken met die ‘bodega-vibe’ zijn Toko Man Li Ho (Javastraat), Toko Otie (West) en het restaurant van Amarjeet Singh (De Pijp). Het fundamentele verschil tussen de steden komt neer op waardering en beleidskeuzes: New York koestert immigrantengelegenheden als stedelijk erfgoed, Nederland reguleert en beoordeelt ze vaker aan de hand van gemeentelijke maatstaven.