Nieuwbouwverkoop keldert vier kwartalen op rij: Jetten en Boekholt bouwen krimpflats van 514.000 euro voor de asiellobby
In dit artikel:
De Nederlandse verkoop van nieuwbouwwoningen daalt al vier kwartalen op rij, terwijl de verkoop van bestaande koopwoningen juist licht stijgt. Volgens de in het artikel aangehaalde CBS-cijfers werden in het tweede kwartaal van 2026 ongeveer 5.700 nieuwbouwkoopwoningen verkocht, 11,2 procent minder dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal was de verkoop al met 18,6 procent gedaald. De gemiddelde nieuwbouwwoning kost inmiddels 514.000 euro, tegenover gemiddeld 492.000 euro voor een bestaande koopwoning.
Tegelijkertijd zijn nieuwe woningen volgens een analyse waarnaar econoom Menno Tamminga in Wynia’s Week verwijst aanzienlijk kleiner geworden. De gemiddelde oppervlakte daalde sinds 2019 van 121 naar 98 vierkante meter. Het aanbod bestaat volgens makelaars vooral uit kleine appartementen, terwijl veel Nederlandse gezinnen liever een betaalbare eengezinswoning met tuin kopen. Het artikel stelt dat overheidsregels rond stikstof, klimaat en verplichte betaalbaarheidsquota ertoe leiden dat ontwikkelaars voor hoge prijzen steeds kleinere woningen bouwen.
De auteur gebruikt Tamminga’s kritiek op de jaarlijkse doelstelling van 100.000 nieuwe woningen om het woningbouwbeleid van het kabinet-Jetten te typeren als centraal aangestuurd. Volgens die analyse ligt de nadruk te veel op het halen van een productiedoel en te weinig op woningen die aansluiten bij de vraag en financiële mogelijkheden van Nederlandse starters en gezinnen.
Een belangrijk onderdeel van het betoog is de rol van migratie. Het Economisch Instituut voor de Bouw zou asielmigratie de belangrijkste categorie migranten noemen vanuit het oogpunt van de structurele vraag naar woningen. Het artikel benadrukt dat asielzoekers en nareizende familieleden doorgaans permanent in Nederland blijven en via gemeentelijke taakstellingen toegang krijgen tot sociale huurwoningen. Arbeidsmigranten en buitenlandse studenten vertrekken volgens dezelfde redenering vaker weer, maar hebben zolang zij in Nederland zijn wel woonruimte nodig.
Daarmee ontstaat volgens de auteur een zichzelf versterkende ontwikkeling: de overheid wil veel woningen bouwen, maar heeft daarvoor extra bouwpersoneel uit het buitenland nodig. Die arbeidsmigranten vragen op hun beurt ook woonruimte, waardoor de woningvraag verder toeneemt. Het artikel verwijst daarnaast naar de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, die eerder pleitte voor een gematigder bevolkingsgroei tot 19 à 20 miljoen inwoners om problemen rond wonen, zorg, onderwijs en infrastructuur beheersbaar te houden.
Volgens de auteur kiest het kabinet echter voor meer regelgeving en uitbreiding van het woningaanbod, in plaats van beperking van migratie. Genoemde maatregelen zijn onder meer een makelaarsregister, strengere verduurzamingsverplichtingen en het beschikbaar stellen van gebouwen en recreatiewoningen voor statushouders. De tekst concludeert dat de woningcrisis vooral het gevolg is van politieke keuzes rond migratie en woonbeleid, niet uitsluitend van een tekort aan bouwproductie.
Als oplossing bepleit het artikel, in lijn met het standpunt van Forum voor Democratie, een asielstop, het beëindigen van voorrang voor statushouders en een rem op migratie. Ook wordt gepleit voor versoepeling van stikstof- en klimaatregels, zodat bouwers grotere en goedkopere eengezinswoningen kunnen realiseren. De tekst bevat daarbij scherpe politieke kwalificaties en presenteert de relatie tussen migratie, woningbouw en woningprijzen nadrukkelijk vanuit een uitgesproken anti-immigratiestandpunt.
Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel staat stil bij verjaardag Jan Boskamp: 'Mooie kerel!'