Nieuw onderzoek: ijsberen passen hun DNA aan warmer klimaat aan, maar redden ze het tot 2100?
In dit artikel:
Britse onderzoekers van de University of East Anglia vonden aanwijzingen dat ijsberen zich in relatief korte tijd genetisch kunnen aanpassen aan warmere omstandigheden. Voor hun studie vergeleken ze bloedmonsters van dieren uit het noordoosten en zuidoosten van Groenland. Beren uit het iets warmere zuiden tonen andere activiteit in genen die te maken hebben met hittestress, veroudering en metabolisme, en ook met spijsvertering — waarschijnlijk als reactie op een verschuivend dieet met minder vette prooidieren en meer plantaardig voedsel.
Hoopvol nieuws, aldus onderzoeker Alice Godden, maar de onderzoekers benadrukken dat die genetische verschuivingen geen garantie voor overleving zijn. Door het snel smelten van zee-ijs verliezen ijsberen hun jachtgebieden en loopt de voedselvoorziening ernstig gevaar; dat kan dieren isoleren en desoriënteren. Omdat aanpassing aan voedseltekorten extra evolutionaire druk zet, veranderen ook spijsverteringsgenen. In sommige delen van het Noordpoolgebied, zoals Rusland, zijn in het verleden zelfs gevallen van kannibalisme gemeld.
De prognoses blijven zorgelijk: de totale populatie van naar schatting 22.000–31.000 dieren staat als kwetsbaar vermeld en wetenschappers waarschuwen dat twee derde van de ijsberen al tegen 2050 kan verdwijnen, met mogelijk uitsterven van de soort rond 2100 als de opwarming doorgaat. De studie onderstreept dat genetische flexibiliteit een positieve kant kan zijn, maar dat het vertragen van klimaatverandering cruciaal blijft om het voortbestaan van de soort te waarborgen.