Nieuw-Guinea veteraan Jaap Krikke (84) uit Assen voorgedragen voor Witte Anjerprijs
In dit artikel:
Vier veteranen uit Groningen en Drenthe zijn genomineerd voor de Witte Anjerprijs 2026, een prijs die mensen eert die zich inzetten voor veteranen en hun naasten. Dit jaar staat de prijs in het teken van het thuisfront: familieleden die achterblijven wanneer hun partner of ouder op uitzending gaat. Alle commissarissen van de Koning droegen twee kandidaten per provincie voor; uit Groningen zijn Aad Nieveen (Stadskanaal) en Paul Rila (Veendam) voorgedragen, uit Drenthe Jaap Krikke (Assen) en Roy Crouse (Meppel). De winnaar wordt op 11 juni in Den Haag bekendgemaakt.
Jaap Krikke (84) diende als marinier dertien maanden in Nieuw-Guinea en blijft getekend door het gevoel dat Nederlandse militairen en hun lokale Papoea-bondgenoten zijn achtergelaten toen de troepen in 1962 terugkeerden. Sinds zijn diensttijd zet hij zich in voor veteranen, vooral voor Indiëgangers uit het noorden van het land: hij organiseerde dertig jaar wandeltochten, was tot drie jaar geleden secretaris van de stichting Drentse Veteranen en is nog contactpersoon voor Koreaveteranen. Krikke benadrukt dat de missie in Nieuw-Guinea dreigt te vervagen in de herinnering van de meeste Nederlanders en roept jongere veteranen op de geschiedenis levend te houden.
Aad Nieveen (63) is Libanon-veteraan en actief voor het Veteranen Platform Stadskanaal. Hij zoekt ‘vergeten’ veteranen op: in Stadskanaal staan 148 veteranen geregistreerd, maar op de gemeentelijke veteranendag verschijnen er vaak maar een handvol. Om deelname en erkenning te vergroten, wil Nieveen uitnodigingen voortaan ook aan het thuisfront richten, in de hoop dat partners hun militair aansporen mee te gaan. Nieveen was in de vroege jaren tachtig deel van de eerste Unifil‑eenheid en maakte onder meer de nasleep van de gebeurtenissen in Sabra en Shatila mee; nachtmerries en slaapproblemen rond de zwaarste maanden blijven hem bij. Hij organiseert en ondersteunt thuisfrontdagen (waarbij families via video contact hadden met uitgezonden militairen) en coördineert een belpanel dat regelmatig contact opneemt met families om praktische en emotionele steun te bieden.
Beide genomineerden illustreren hoe veteranenzorg niet alleen draait om de geopereerde levens van ex‑militairen zelf, maar ook om het netwerk eromheen: vrijwilligerswerk, lokale initiatieven en aandacht voor de families spelen een sleutelrol bij nazorg en herkenning. De nominaties uit Groningen en Drenthe zetten dit jaar expliciet het thuisfront in de schijnwerpers, met de prijsuitreiking in Den Haag als afsluiting van de selectieprocedure.