Nieuw Europees migratiepact gaat 12 juni in en moet leiden tot deze veranderingen. 'Als het werkt komen kansarme asielzoekers nauwelijks nog in Ter Apel'

vrijdag, 5 juni 2026 (06:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Over een week treedt het nieuwe EU Asiel- en Migratiepact in werking, de ingrijpendste hervorming van het Europese asielstelsel in decennia. De centrale wissel is dat aankomsten aan de buitengrenzen in afgesloten centra gescreend worden en vervolgens snel in een van twee sporen terechtkomen: een versnelde grensprocedure voor mensen uit landen met een laag EU‑gemiddeld erkenningspercentage (onder circa 20%) of een reguliere procedure met meer bewegingsvrijheid voor mensen uit landen met hogere erkenningscijfers. De bedoeling is aanvragen sneller af te handelen, asielshoppen te voorkomen en de druk eerlijker over lidstaten te verdelen. Tegelijk worden aanscherpingen van terugkeerbeleid voorbereid, waaronder zogeheten terugkeerhubs buiten de EU.

Praktisch voorbeeld uit het artikel: iemand uit een laag‑erkenningsland krijgt een grensprocedure met vrijheidsbeperking en moet binnen enkele maanden — inclusief beroep — duidelijkheid hebben; bij afwijzing start een terugkeertraject. Iemand uit een land met hogere erkenningskans doorloopt een reguliere procedure van maximaal zes maanden; als frontlinelanden overbelast raken, kan herverdeling binnen de EU volgen. Voor aanvragen die na 12 juni in Nederland binnenkomen (zoals in Ter Apel) geldt dat ze óf een versnelde procedure van maximaal drie maanden óf een reguliere procedure van maximaal zes maanden krijgen, tenzij een ander land verantwoordelijk is. Kinderen zonder begeleiding blijven in principe buiten de grensprocedure, maar gezinnen met kinderen kunnen wel in gesloten centra terechtkomen — een punt van zorg voor hulporganisaties.

Twee Europarlementariërs schetsen kansen en risico’s. CDA‑europarlementariër Jeroen Lenaers was nauw betrokken bij de onderhandelingen en is positief: als uitvoering volgens afspraak verloopt, blijven asielzoekers met weinig kans grotendeels aan de buitengrens en bereikt vooral georganiseerde instroom Nederland. Hij wijst op verbeterde detectie aan de grenzen (o.a. Frontex) en noemt het pact een noodzakelijke gezamenlijke aanpak — mits lidstaten elkaar vertrouwen en helpen bij overbelasting.

GroenLinks/PRO‑europarlementariër Tineke Strik is sceptisch. Haar belangrijkste bezwaren: de uitvoering in praktijk, vooral in landen als Griekenland, loopt nu al vast door gebrek aan rechters, advocaten en fatsoenlijke opvang; afgesloten centra bemoeilijken toegang van hulpverleners; en het probleem van terugkeer blijft urgent — momenteel vertrekt slechts zo’n 20% van afgewezen asielzoekers effectief. Strik vreest dat de druk op frontlinelanden toeneemt en dat mensen alsnog doorreizen als termijnen niet worden gehaald.

Politiek gevoelig is ook het solidariteitsmechanisme: landen die geen vluchtelingen willen overnemen kunnen bijdragen met geld (20.000 euro per niet‑opgenomen persoon) of praktische hulp; Nederland kiest voorlopig vooral financiële en materiële inzet, maar er geldt een minimum aan herplaatsingsplaatsen. Kritische vragen blijven: willen derde landen terugkeerhubs huisvesten, blijven mensenrechten gewaarborgd, en lukt het de EU om uitvoering, rechtsbescherming en solidariteit in balans te brengen? Het succes van het pact zal uiteindelijk vooral afhangen van die uitvoering en van samenwerking tussen lidstaten.