Niets gehoord, alles gezegd
In dit artikel:
Sinds 8 januari is Iran vrijwel volledig afgesloten van het internet: sociale media en berichtendiensten zijn onbruikbaar, en in veel gevallen staat op contacten in apps als WhatsApp nog steeds “Laatst gezien 08‑01‑2026”. Volgens berichten die naar buiten sijpelen wil het regime de afsluiting mogelijk aanhouden tot het Perzische nieuwjaar op 21 maart — en er circuleren zelfs ongeverifieerde suggesties dat men denkt aan een langdurige, bijna permanente blokkade zoals in China of Rusland, of in de meest extreme vergelijking Noord‑Korea.
Uit Iran komen vrijwel uitsluitend sporadische uitgaande vaste telefoongesprekken. De auteur kreeg op vrijdagavond een dergelijke schaarse verbinding: zijn vader belde via een binnenlands nummer dat werd doorgeschakeld en zei kortweg: “Ik weet niet hoe lang dit blijft werken,” om te laten weten dat het gezin leeft. Het gesprek onthulde ook een nieuw commercieel fenomeen: de overheid of aan de staat gelieerde actoren verkopen recentelijk “beltegoed” voor zulke doorzichtige, uiterst dure telefonische verbindingen. De constructie dwingt bellers eerst via een binnenlands nummer te gaan — waardoor de afzender, locatie en gesprekspartner traceerbaar zijn — en maakt het tegelijk lucratief door hoge tarieven per minuut. Met een diaspora van naar schatting bijna 9 miljoen mensen betekent dat een substantiële inkomstenbron voor het regime.
De persoonlijke situatie achter dit voorbeeld is sober: de vader zorgt 24 uur per dag voor zijn gehandicapte vrouw; een telefoontje volstaat dan al om te melden dat de medicatie is gegeven en dat het “naar omstandigheden” goed gaat. Tegelijkertijd confronteert de auteur de lezer met bredere, pijnlijke tegenstellingen: internationaal lijkt er weinig doeltreffende druk. De columnist merkt op dat het Amerikaanse besluit om 800 executies tijdelijk uit te stellen nobel kan klinken, maar dat het niets verandert aan de grootschalige doden en repressie op straat, waarvan in sommige berichten sprake is van duizenden slachtoffers. Tegelijk bouwt de VS militaire macht in de regio op.
In Nederland ervaart de auteur het binnenlands politiek debat als triviaal naast deze mensenrechtenschendingen: symbolische gebaren en geopolitieke angst — zoals opgeblaasde reactie op handelsdreigementen — voelen oneigenlijk vergeleken met het dagelijks overleven onder censuur en controle. De columnist eindigt met een persoonlijke, bijna rituele handeling: elke dag kijken of de “Laatst gezien”‑tijd op het telefoontje van zijn vader veranderd is, in de hoop vóór Nowruz iets te zien, maar zonder veel optimisme.
Kortom: Iran zit sinds 8 januari grotendeels op zwart, communicatie wordt uitgehongerd en gereguleerd, de regering benut de situatie voor controle en inkomsten, en voor familieleden in binnen‑ en buitenland betekent het leven onder voortdurende onzekerheid en angst.