Niet wolven, maar ganzen bezorgen boeren de meeste schade
In dit artikel:
Provincies hebben in 2025 ruim 92 miljoen euro uitgekeerd aan schadevergoedingen voor landbouwschade, blijkt uit cijfers van BIJ12, de organisatie die namens de twaalf provincies dit regelt. Het grootste deel — ruim 70 miljoen euro — komt voor rekening van watervogels; grauwe ganzen alleen al veroorzaakten circa 46 miljoen euro aan schade. Deze vogels vormen omvangrijke groepen die grasland en gewassen wegvreten, waardoor gras met bijna 65 miljoen euro de grootste post is in de vergoedingen.
Andere belangrijke veroorzakers zijn brandganzen (11,4 miljoen), kolganzen (6 miljoen), rotganzen (2,4 miljoen), smienten (2,5 miljoen) en knobbelzwanen (1,7 miljoen). Houtduiven en mezen staan respectievelijk op de derde en zevende plaats in de ranglijst. Wolven nemen met 1,5 miljoen euro de negende plek in; de vergoeding voor wolfsschade was wel twee keer zo hoog als in 2024. Het aantal wolven in Nederland wordt geschat op 130–200 individuen, met de meeste meldingen en uitkeringen in Gelderland (bijna 650.000 euro). Schapen kwamen het vaakst als slachtoffer uit de schadeclaims naar voren; veel dieren bleken onvoldoende beschermd.
Provincies overwoog korte tijd om vergoedingen aan voorwaarden voor beweiding te koppelen, maar haalde dat plan terug na kritiek van onder meer BBB (BoerBurgerBeweging). Naast gras ontvingen bloemkool, overige kolen, peren en wintergraan veel vergoedingen; schapen staan op plek tien.