'Niet te hard door de bocht rijden': zo vervoeren olympische sporters hun materiaal
In dit artikel:
Deze week reizen veel Nederlandse wintersporters met hun kostbare materiaal naar de Olympische Spelen in Italië; voor sommige disciplines vraagt dat flinke logistieke uitdagingen. Bobsleeën is het meest omslachtig: twee- en viermanssleden wegen samen zo’n 200 kilo en kunnen niet zomaar als bagage mee. Bondscoach Ivo de Bruin legt uit dat de boten daarom per grote bus worden vervoerd — rijden is goedkoper, geeft meer controle en verkleint de kans op beschadiging vergeleken met vliegen. De bus is zelfs aangepast om de nieuwere, iets langere viermansbob te kunnen herbergen; de tweemansbob is geleend van de Australische Sarah Blizzard en in de viermansbob is veel geld gestoken.
Schade aan de sleeën is goed te repareren maar kost veel tijd, dus voorkomen heeft prioriteit. Stuurman Dave Wesselink verwacht weinig risico op diefstal: een buit zou meteen opvallen. Bij de skeleton past de slee wél in de auto: Kimberley Bos neemt haar sled, extra ijzers, een reservehelm en schoenen persoonlijk mee. Omdat sponsorlogo’s niet tijdens de Spelen zijn toegestaan, moest haar wedstrijdhelm aangepast worden. Haar trainster Joska Le Conté haalde pakken zelf op na eerdere ervaringen met kwijtgeraakte materiaal. Bos bewaart haar slee in haar appartement en laat die niet onbewaakt achter op de baan; twee jaar geleden werd er immers al een Duitse slee gestolen.
Snowboardster Melissa Peperkamp neemt twee compleet nieuwe boards mee naar de bergen rond Livigno — één om op te rijden en één reserve — plus twee paar schoenen en bindingen. De boards werden door haar vriendin Romy van Vreden opgehaald in Zeeland; Peperkamp heeft alle vertrouwen omdat ze al samen sinds hun zesde op de piste staan.
Kortom: per sport verschilt de aanpak, maar overal geldt hetzelfde doel: materiaal veilig, ongeschonden en op tijd op de Spelen krijgen, met persoonlijke logistieke oplossingen en extra reserves om problemen ter plekke te beperken.