Niet iedereen is geschikt voor de arrestatieteams van DSI: 'Je moet alleen stoer zijn als het écht moet'

maandag, 16 maart 2026 (07:17) - Het Parool

In dit artikel:

De Dienst Speciale Interventies (DSI) — zo’n zeshonderd speciaal opgeleide mannen en vrouwen verdeeld over zeven arrestatieteams — voert jaarlijks bijna 1.900 inzetten uit. Het korps werkt sinds ongeveer tien jaar met een ‘reactieconcept’: leden zijn voortdurend oproepbaar en met behulp van een app en realtime voertuigtracking kan een operator binnen enkele minuten op een incidentplek zijn. Die snelle inzet heeft in spraakmakende zaken het verschil gemaakt: van de kruisboogmoord in Almelo tot de gijzeling in de Apple Store op het Amsterdamse Leidseplein (februari 2022), de schietpartijen bij het Erasmusziekenhuis in Rotterdam, achtervolgingen na een overval in Amsterdam-Noord en meerdere steekpartijen rond de Dam en in De Pijp.

Vertrekkend DSI-hoofd Rienk de Groot en zijn opvolger Jeroen van den Berg leggen de nadruk op wat zij ‘actie-intelligentie’ noemen: in een fractie van een seconde de juiste, vaak creatieve beslissing nemen binnen de wettelijke kaders om slachtoffers te voorkomen. Een illustratief voorbeeld is de Apple Store-gijzeling, waar een operator met een gepantserde auto ingreep en daarmee de gijzelnemer scheidde van zijn slachtoffer; de gijzelnemer overleed aan zijn verwondingen. Evenzo leidde snelle, doelgerichte actie bij de kruisboogzaak in Almelo ertoe dat een dader levend werd aangehouden, zij het zwaargewond.

Elk arrestatieteam heeft daarnaast een ‘medic’, vergelijkbaar met militaire medische ondersteuning, om direct hulp te verlenen bij verwondingen van verdachten of teamleden. Ondanks het zware materieel en de krachtige wapens trainen DSI’ers expliciet om geweld zo spaarzaam mogelijk te gebruiken. Toch kwamen bij drie operaties in de afgelopen vijf jaar verdachten om het leven, onder meer een per ongeluk dodelijk schot in Waalwijk (begin 2022) en een schietincident begin 2025 waarin een verdachte werd gedood nadat hij op een collega had geschoten.

De DSI maakt zich zorgen over twee maatschappelijke ontwikkelingen. Ten eerste de enorme instroom van meldingen met een psychische component: de reguliere politie krijgt jaarlijks ruim 60.000 meldingen van verward gedrag, waarvan DSI in circa 200 gevallen moet ingrijpen bij acuut levensgevaar. De Groot noemt het schrijnend dat in een welvarend land als Nederland zulke aantallen tot escalatie leiden. Ten tweede nemen steeds jongere verdachten deel aan zware criminaliteit; arrestatieteams krijgen vaker te maken met daders van 16–18 jaar.

Vooruitkijkend noemt Van den Berg innovatie en samenwerking sleutelwoorden. Dreigingen veranderen snel — van een explosie aan nieuwe dronetechnologieën (zowel vliegend als varend) tot hybride dreigingen — terwijl in Nederland op digitaal vlak veel kennis aanwezig is die DSI wil benutten. Tegelijk is het ontwikkel- en testtraject voor nieuwe middelen traag (soms anderhalf jaar), en blijft de instroom van geschikte kandidaten beperkt door strenge selectie-eisen.

De cultuur binnen DSI is pragmatisch: trots op prestaties, maar geen ruimte voor macho-gedrag. Gezochte kandidaten moeten fysiek en mentaal sterk zijn, goed samenwerken en alleen ‘stoer’ optreden wanneer dat onverantwoordelijk noodzakelijk is. Het motto Praeparatus esto — “wees voorbereid” — vat hun missie samen: continue gereedheid om op elk schaalniveau effectief, proportioneel en snel te handelen, met als doel burgers te beschermen en slachtoffers te voorkomen.