Niet-gerapporteerde Schiphol-stikstof staat gelijk aan ruim 230.000 varkens
In dit artikel:
Ties Joosten bespreekt in zijn nieuwsbrief hoe de discussie over stikstof sinds 2019 van rechtszaal naar wetenschap verschoof en welke rol satellietmetingen daarin spelen. Nadat de Raad van State in 2019 de PAS-regeling ongeldig verklaarde ontstond de stikstofcrisis; politieke partijen en belangenorganisaties probeerden vervolgens de wetenschappelijke modellen in diskrediet te brengen en stelden dat die achterhaald of onbetrouwbaar zouden zijn. Joosten wijst erop dat modellen onvermijdelijk zijn bij het volgen van stikstofstromen: aannames en onzekerheden horen bij wetenschappelijk werken en zijn geen bewijs van ondeugdelijkheid.
Een belangrijke technologische ontwikkeling is de beschikbaarheid van TROPOMI-satellietdata (metingen sinds 2017), die concentraties van verschillende stikstofverbindingen in de atmosfeer waarnemen. Die data hebben beperkingen: satellieten meten gasconcentraties in relatief grote pixels en kunnen nog niet direct aangeven waar en hoe die stikstof neerdaalt; grondmetingen blijven nodig voor deposities en fijnmazige data.
Een recente studie vergeleek gerapporteerde emissies uit de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) met wat TROPOMI vanuit de ruimte ziet. Hoofdconclusie: de satellietwaarnemingen komen in grote lijnen goed overeen met de emissierapportages, wat vertrouwen geeft in de gerapporteerde cijfers. Er zijn wel opvallende verschillen, vooral rond Schiphol, waar TROPOMI significant hogere stikstofconcentraties laat zien dan in de NEa-cijfers terugkomt. Dat komt waarschijnlijk doordat de NEa uitstoot van vliegtuigen boven 914 meter niet meetelt, terwijl de satelliet die wèl detecteert. Die niet-meetelde uitkomst betreft naar schatting circa 4 kiloton stikstof, waarvan ongeveer 2,7 kiloton aan Schiphol toe te rekenen is.
Om de schaal te duiden: die hoeveelheid is vergelijkbaar met de stikstof in de mest van ongeveer 230.000 varkens — veel op zichzelf, maar klein vergeleken met de bijna 10 miljoen varkens of 105 miljoen veedieren totaal in Nederland. Belangrijker is dat vliegtuigen vooral NO2 uitstoten, dat langer in de lucht blijft en zich over grotere afstanden verspreidt, terwijl landbouw vooral NH3 (ammoniak) uitstoot, dat lokaal neerslaat. Zelfs als hoge-luchtvaartemissies worden meegeteld, verandert dat de last voor individuele boeren nauwelijks.
De grootste toegevoegde waarde van satellietdata zit in snelheid en frequentie: TROPOMI passeert Nederland elke ~100 minuten en kan ontwikkelingen veel sneller signaleren dan de NEa, die vaak anderhalf tot twee jaar achterloopt. Bovendien kunnen satellietmetingen het publieke vertrouwen in stikstofmodellen vergroten door onafhankelijke controle. Satellietdata vullen grondmetingen en modellen aan, maar vervangen die niet.