Niet Formule 1-waardig? Ervaringsdeskundigen verdeeld over nieuwe batterij in motor
In dit artikel:
De nieuwe reglementen in de Formule 1, die coureurs dwingen energie te sparen en tactisch een ‘boost’ in te zetten, hebben de afgelopen weken veel kritiek opgeleverd en leiden tot vergelijkingen met een videogame. De grootste commotie ontstond na de eerste race in Australië; daar konden rijders op cruciale momenten niet meer voluit door snelle bochten omdat ze vermogen moesten reserveren. Dit alles speelt zich opnieuw in de schijnwerpers af vlak voor de Grote Prijs van China dit weekend.
Voormalig Formule E-coureur Robin Frijns is scherp in zijn oordeel: hij noemt de openingsrace een “drama” en vindt dat het racen te veel is verschoven naar energiemanagement in plaats van puur snelheid. Volgens hem is het vooral vreemd dat bij de Formule 1 nu zelfs in de kwalificatie met energie moet worden gerekend — iets wat in de Formule E, waar hij zelf reed, anders werkte: daar spaarde je alleen via remenergie, maar kon je in kwalificatie wel voluit. Frijns vergelijkt de nieuwe F1-hybrides ook met de oude LMP1-wagens uit het langeafstandsracen, die dankzij boost-mogelijkheden gemakkelijk konden inhalen; ook dat, volgens hem, vermindert de racemomenten die het publiek wil zien.
Renger van der Zande, actief in het langeafstandsracen met hybrides en winnaar van onder meer de 24 uur van Daytona, neemt een genuanceerder positie in. Hij erkent dat de regels extreem voelen, maar vindt juist dat zulke technologische uitdagingen bij de Formule 1 horen. Volgens hem is het logisch dat teams de systemen nog moeten verfijnen en dat de sport zich door ontwikkeling zal verbeteren. Wel mist hij dat de nieuwe elementen nu nog onvoldoende zichtbaar en begrijpelijk zijn voor televisiekijkers.
Beide ervaringsdeskundigen wijzen erop dat er historische lessen zijn — complexe hybrideklassementen zoals LMP1 liepen ook tegen kosten- en complexiteitsproblemen aan, waarna het WEC koos voor eenvoudiger te volgen Hypercars met ondersteunende hybride systemen. Conclusie van het artikel: de Formule 1 staat in een interessante, maar lastige overgangsfase; technisch boeiend voor engineers, maar voorlopig lastig en soms onsympathiek voor fans en puristen, terwijl de sport mogelijk nog moet bijsturen om het racen aantrekkelijk en begrijpelijk te houden.