'Niet de macht van grootmachten, maar hun gebrek aan zelfbeheersing baart me zorgen', zegt schrijver Amin Maalouf
In dit artikel:
Amin Maalouf, de Libanees-Franse schrijver die sinds ruim twee jaar permanent secretaris is van de Académie française, waarschuwt dat de wereldorde ernstig ontregeld is en opnieuw op de proef wordt gesteld door grootmachten. Het interview vond plaats in maart 2026 in zijn werkkamer aan de Quai de Conti in Parijs, kort vóór een Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran die het machtsevenwicht in het Midden-Oosten verder verstoorde. Maalouf, bekend van romans en essays over identiteit en geschiedenis, ziet het huidige geweld en de geopolitieke rivaliteit als het resultaat van decennialange ontregeling, niet als plotselinge toevallen.
Centrale diagnose: ontregeling en gebrek aan richting
Maalouf stelt dat de naoorlogse wereldorde na de val van de Berlijnse Muur niet herbouwd is en dat de Verenigde Staten die verantwoordelijkheid niet stabiel hebben ingevuld. Unilaterale ingrepen — van Kosovo tot Irak — brachten een patroon voort waarin machtiger landen vaker handelen zonder bredere internationale consensus. Dat proces heeft volgens hem geleid tot een wereld die wel beweegt, maar geen duidelijke richting meer heeft. Zijn bezorgdheid spitst zich toe op het gebrek aan zelfbeheersing bij sterkere landen: ook zij hebben regels en orde nodig; wanorde schaadt uiteindelijk iedereen.
Identiteit als ontlading
Maalouf benadrukt dat het hard worden van identiteiten — het reduceren van mensen tot één etiket zoals religie of nationaliteit — een belangrijk mechanisme is achter hedendaagse conflicten. Zijn eerdere werk (Moorddadige identiteiten, 1998) portretteert dat proces: wanneer één aspect van iemands identiteit de rest overheerst, ontstaat angst die kan omslaan in agressie en geweld. Die dynamiek zag hij van dichtbij tijdens de Libanese burgeroorlog, en hij waarschuwt dat vergelijkbare polarisatie zich wereldwijd manifesteert.
Historische breukmomenten
Volgens Maalouf markeren 1967 (na de Zesdaagse Oorlog) en 1979 (met Thatcher en Khomeini) kantelpunten die de wereld lange tijd hebben gevormd. 1967 liet volgens hem bij Arabische samenlevingen een onverwerkte wond achter en bij Israël een gevoel van overwinning dat concessies bemoeilijkte; dat patroon voedt de impasse rond Palestina en Gaza. 1979 bracht zowel het neoliberale beleid van Thatcher als de politieke islam onder Khomeini — twee tegengestelde maar beide ontwrichtende krachten die het naoorlogse evenwicht verbraken en bijdragen aan het huidige wantrouwen en uitsluiting.
Kritiek op simpele oplossingen
Maalouf is sceptisch over technocratische of louter economische recepten voor complexe conflicten. Economische wederopbouw is nodig, maar kan politieke rechten en gezag niet vervangen — een boodschap die hij aandraagt bij de situatie in Gaza: herstel van huizen en infrastructuur zonder politieke oplossing is onvoldoende. Hij verwerpt snelle institutionele vervangers zoals Trumps ‘Board of Peace’ als niet-representatief en waarschuwt dat nieuwe organen alleen werken als ze collectief gedragen worden door alle landen.
Multipolariteit en de verleiding van hubris
De opkomst van China, India en Rusland levert volgens Maalouf geen natuurlijk evenwicht, maar vaak rivaliteit die leidt tot invloedssferen en concurrerende definities van democratie. Hij waarschuwt voor de klassieke historische wet: macht maakt blind — hubris van staten leidt tot arrogantie en uiteindelijk verval. Als voorbeeld gebruikt hij Japan: bewonderenswaardige modernisering in de Meiji-periode maar later ontsporing toen macht tot imperialistische ambities leidde.
Institutionele remedie en wereldwijde dreigingen
Maalouf pleit niet voor afbraak maar voor hervorming: de Verenigde Naties en andere instellingen moeten worden versterkt of herbouwd om machtigen aan spelregels te houden. Zonder dat raken wereldwijde uitdagingen — klimaatverandering, ecologische ontwrichting, pandemieën — moeilijker te bestrijden. Hij benadrukt dat we geen grote ramp nodig zouden moeten hebben om collectief wakker te worden; verantwoordelijkheid moet nu worden genomen.
Persoonlijk perspectief en literaire inzet
Als kind van Libanon en journalist die wereldwijd reportages maakte, combineert Maalouf historisch overzicht met literaire gevoeligheid. Hij fungeert als brugfiguur tussen Oost en West en heeft decennialang gepleit voor nuance, erkenning en wederkerigheid. De teleurstelling over de verslechterende relatie tussen het Westen en de Arabisch-islamitische wereld heeft hem ertoe gebracht verder te kijken, onder meer naar Azië en het voorbeeld van niet-westerse modernisering.
Kort gezegd: Maalouf ziet de hedendaagse geopolitieke spanningen als symptoom van een langdurig proces van institutionele en identitaire ontregeling. Zijn waarschuwing is zowel analytisch als praktisch: zonder hervormde, representatieve internationale instituties en zonder terughoudendheid van grootmachten loopt de wereld het risico te verdrinken in rivaliteit, terwijl juist globale problemen samenwerking vereisen.