Niet de inhoud, maar de indruk: waarom D66 niet mee mag doen in coalitievorming Groningen
In dit artikel:
D66 vergaarde bij de gemeenteraadsverkiezingen een zetel en werd de tweede partij in Groningen, maar ondanks die winst blijft de partij de komende bestuursperiode buiten het college. Verkenner Ineke van Gent adviseerde de voortzetting van het zittende coalitieblok (Pro/former GroenLinks-PvdA, Partij voor de Dieren, SP en ChristenUnie) met aanvulling van het CDA, waarmee de meerderheid uitkomt op 25 van de 45 zetels.
In inhoudelijke dossiers — wonen, duurzaamheid, onderwijs en bestrijding van ongelijkheid — is er volgens de verkenner veel overlap tussen D66 en het huidige coalitiebeleid; D66 werd daardoor ook als een logische partner genoemd. De doorslaggevende factor was echter niet het beleid, maar de verhoudingen en de verwachting van bestuurlijke stabiliteit. Coalitiepartijen benadrukten dat D66 als partij te scherp en normerend opereert, met kritische en confronterende toon richting het college. Opmerkingen over gebrekkige participatie of het ‘dichtgetimmerde’ stadhuis wekten wrevel, zo luidde de indruk. De SP, ChristenUnie en Partij voor de Dieren gaven expliciet aan dat D66-stijl minder vertrouwen in langdurige samenwerking wekt.
Het CDA werd juist gepresenteerd als rustiger, betrouwbaar en beter te integreren in het college — ondanks dat ook CDA-woordvoerders in de campagne fel stelling namen tegen onderwerpen als reclamebelasting, betaald parkeren en volle sportaccommodaties. Lijsttrekker Jalt de Haan positioneerde zijn partij tijdens gesprekken als constructief en verbindend, wat volgens de verkenner de ‘persoonlijke klik’ het meeste zekerheid bood.
De zaak roept een democratische vraag op: kritisch oppositievoeren is een wezenlijke taak van de raad, maar diezelfde scherpte kan nu als politieke handicap worden afgerekend bij coalitievorming. D66 betaalt daarmee de prijs voor een zichtbaar en stevige oppositiestandpuntvoering.