Niet de atoombom, maar de Straat van Hormuz bleek de nucleaire optie van Iran
In dit artikel:
In Teheran hebben de hardliners de overhand gekregen en de Amerikaanse-Israëlische aanvalsoorlog, die op 28 februari begon, heeft de Islamitische Republiek niet omvergeworpen maar zelfs sterker gemaakt. Na weken van bommen op militaire doelen ging Iran over tot tegenaanvallen met raketten en drones richting Israël en buurstaten met Amerikaanse bases, en plaatste de Revolutionaire Garde de Straat van Hormuz effectief onder Iraanse controle. Een door Pakistan bemiddeld staakt-het-vuren van minstens twee weken is afgesproken, maar de precieze voorwaarden zijn onduidelijk en beide partijen waarschuwen dat ze snel kunnen terugschakelen als onderhandelingen mislukken.
Binnen de VS wordt de tijdelijke wapenstilstand gepresenteerd als resultaat van Amerikaanse druk en scherpe retoriek, maar ingewijden zeggen dat Washington het initiatief tot de wapenstilstand vooral wilde. In politieke kringen vieren sommige oorlogszuchtige figuren de wapenstilstand als een overwinning, terwijl critici wijzen op chaotische besluitvorming in het Witte Huis. Een reconstructie wijst uit dat premier Netanyahu Trump overtuigde van de noodzaak van ingrijpen en dat het plan onder meer uit een snelle ontmanteling van het Iraanse leiderschap en het decimeren van militaire capaciteiten bestond. Amerikaanse militaire leiders waarschuwden echter voor hoge risico’s, waaronder uitputting van luchtverdediging en een blokkade van Hormuz.
Strategisch gezien bleek de beslissing om Hormuz te controleren cruciaal. De doorgang verwerkt ongeveer een vijfde van het wereldwijde energieverbruik; Iran legt tolheffing op schepen en eist betalingen in Chinese yuan, waarmee het zowel politieke druk uitoefent als nieuwe inkomsten probeert aan te boren voor wederopbouw. Analisten spreken van een herordening van de macht: sommigen noemen Iran daardoor een vierde grootmacht naast VS, China en Rusland, anderen zien een parallel met het Suez-moment van 1956 en voorspellen dat het mondiale Zuiden zich losmaakt van westerse dominantie.
Binnen Iran heeft de oorlog het regime verankerd. De aanvallen en het toenemende aantal burgerdoden versterkten nationalistische en religieuze sentimenten, waar de hardliners voordeel uit haalden. Tegelijkertijd grijpt het bewind hard in tegen dissidentie: mensenrechtenorganisaties melden een stijging van geheime executies en harde repressie van tegenstanders. Het systeem blijkt niet fragiel als een familieclanstructuur maar veeleer ideologisch en gebaseerd op brede loyaliteit, wat het bestand maakte tegen pogingen tot snelle regime change.
De grote vraag is of de VS bereid zijn een voortgezette, dure en binnenlands onpopulaire oorlog te voeren waarvan een beslissende overwinning onrealistisch lijkt. Voortzetting van de strijd zou vooral tegemoetkomen aan Israëlische ambities om Iran zwaar te beschadigen, maar de kans dat de Amerikaanse president zich daarvoor opnieuw leent lijkt afgenomen vergeleken met enkele weken terug. Voorlopig heeft Iran politiek en strategisch terrein gewonnen; de wereldorde lijkt deels hertekend, met mogelijk langere termijn gevolgen voor de macht van de VS en de positie van het mondiale Zuiden.