'Niet alleen scherpschutter, ook 'n goede prater': Fransjesca is geestelijk verzorger van militairen
In dit artikel:
Fransjesca van Grimbergen groeide op in Someren Heide met het besef dat verlies het gezin tekende: haar broer Gert‑Jan overleed als veertienjarige bij een ongeluk met een gebrekkig fitnesstoestel. De steun van de dorpspastoor Leo legde destijds de basis voor haar geloof én haar overtuiging dat verdriet gedeeld kan worden. Dat paspoort naar troost zou haar later richting een onconventionele combinatie van uniform en spiritualiteit leiden.
In 1995 meldde ze zich op de Koninklijke Militaire Academie, als achttienjarige tussen alleen maar mannen. Haar vroege militaire loopbaan bracht haar van het bouwen van noodwoningen in het kapotgeschoten Kosovo (2000) tot meerdere missies in Afghanistan. Ze raakte bedreven in wapens en tactiek, maar ervoer ook de angst en het morele gewicht van uitzendingen: in 2009 zat ze in een meldkamer toen een zelfmoordaanslag plaatsvond; het incident maakte haar kwetsbaarheid als moeder en militair duidelijk. Terugtrekkingen en de snelle opmars van tegenstanders deden haar later langer nadenken over het nut en de ethiek van militaire inzet; het verhaal van een veteraan die na de terugtrekking zelfmoord pleegde, bleef haar bij.
Naast de dreiging en het geweld bleef haar katholieke geloof een kompas. In 2007 begon ze theologie te studeren en in 2012 koos ze bewust voor het vak van aalmoezenier: geen wapens, maar woorden. Als geestelijk verzorger bij Defensie biedt ze steun aan militairen en hun naasten — gelovig of niet — op kazernes, bij inzetplekken wereldwijd en thuis. Zij begeleidt mensen bij rouw, ziekte, relatiecrises, trauma’s en zelfs bij dagelijkse problemen zoals schulden of huiselijk geweld. Die gesprekken kunnen scherp en rauw zijn, maar even vaak gaan ze over vreugde: doop, diploma’s, huwelijksbeloften na verlies bij een orkaan. Een veteraan zei haar ooit: "Dankjewel voor mijn tranen" — een teken dat het toelaten van emotie helend kan zijn.
Van Grimbergen merkt dat het militaire klimaat verandert: stoerheid gaat minder vaak samen met zwijgen, en praten over gevoelens raakt minder taboe. Als aalmoezenier combineert ze militaire ervaring (ze is een bekwame scherpschutter) met luisterend vermogen en pastorale zorg. Ze organiseert bezinningsmomenten met uiteenlopende elementen — van popliedjes als Soldier On tot Gregoriaanse gezangen — en staat open voor wie wil bidden maar ook voor wie dat niet wil.
Haar werk strekt zich uit over de wereld: momenteel zijn er volgens haar ongeveer 2.600 Nederlandse militairen in het buitenland. Over een paar weken vertrekt ze voor drie maanden naar Litouwen, waar zij voor NAVO‑troepen bezinningsmomenten en individuele gesprekken zal aanbieden rondom de Russische dreiging. Haar vertrek draagt ze met vertrouwen: "daar cheffen ze het wel zonder mij", maar ze voelt zich gesterkt door geloof en door het beeld van haar overleden broer, van wie ze zegt dat hij haar ziet en beschermt.
Fransjesca balanceert regelmatig tussen de vragen die horen bij geloof en oorlog: zijn er andere wegen dan geweld, en wanneer is geweld noodzakelijk om vrede te bewaken? Die morele spanning houdt haar scherp. Tegelijk vindt ze zingeving in de kleine tekenen van hoop — een bloem tussen het puin, steunende gesprekken, menselijke verbondenheid — en in haar rol als twintigtalige bruggenbouwer tussen militairen, hun families en het spirituele.