Dit is androcide, de zeldzame tegenhanger van femicide
In dit artikel:
In Den Haag stonden onlangs meerdere zaken tegen vrouwen die van geweld tegen (ex-)partners worden verdacht of veroordeeld. Oud-politieagent Jerney van E. (43) kreeg in oktober 2025 al een celstraf van zeven jaar voor het voorbereiden van een moord op haar ex; haar hoger beroep werd in Den Haag behandeld. Eveneens in hoger beroep was Shedaya van la P. (37), die eerder tot tien jaar cel is veroordeeld voor het doden van haar partner in hun woning in Rotterdam-Feijenoord — het slachtoffer kreeg 24 messteken. In Assen vond een pro-formazitting plaats van Esmée D. (27), verdacht van het vergiftigen van haar vriend (34) met MDMA en een slaapmiddel en het in scène zetten van zijn zelfmoord.
Cijfers van het CBS laten zien dat partnerdoding in Nederland hoofdzakelijk door mannen wordt gepleegd: tussen 2020 en 2024 was 51,5% van de vrouwelijke slachtoffers het gevolg van geweld door een (ex-)partner, terwijl slechts 4,8% van de mannelijke slachtoffers door een (ex-)partner werd gedood — het gaat daarbij om twintig mannelijke slachtoffers in die periode. Daarmee blijft androcide veel schaarser dan femicide, een ontwikkeling die vorig jaar ook leidde tot grootschalige protesten tegen partnergeweld.
Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies (Universiteit Leiden), onderscheidt grofweg vier typen vrouwen die hun (ex-)partner doden. Ten eerste de 'zelfbeschermers': vrouwen die na langdurige fysieke, seksuele of psychische mishandeling geen uitweg meer zien en uiteindelijk dodelijk geweld gebruiken, soms impulsief tijdens een gevecht, soms gepland wanneer het slachtoffer weerloos is. Ten tweede vrouwen bij wie ernstige psychische problemen, zoals suïcidale neigingen of psychoses, een rol spelen. De derde groep vertoont motieven die veel lijken op die van mannelijke daders: jaloezie, angst om verlaten te worden en wraak. De vierde categorie handelt uit praktische of financiële motieven, zoals erfenissen of een relatie met een nieuwe partner.
Liem wijst erop dat vrouwelijke daders relatief vaker voor vergiftiging kiezen. Motieven zijn praktisch: vrouwen hebben vaak toegang tot het voedsel of medicijngebruik van hun partner en kunnen langdurige blootstelling regelen. Vergiftiging noemt ze een heimelijke, maar niet minder vastberaden methode — in sommige internationale zaken leidde dat tot ernstige slachtoffers en lange straffen. Liem benadrukt ook dat fysiek overwicht een rol speelt: geweldsvormen die veel kracht vergen, zoals wurging of zware mishandeling, komen bij vrouwen minder voor, wat deels het differentiële patroon in gebruikte middelen verklaart.
Kortom: hoewel vrouwen zelden de dader zijn bij partnerdoding, bestaan er herkenbare patronen en motieven — variërend van zelfverdediging en psychische nood tot jaloezie en financieel gewin — en verschillen de gekozen methoden vaak van die van mannelijke daders.
Het Oranje Café: Arnaut Danjuma vertelt over Abdelhak Nouri: 'Ik ben eergisteren nog bij hem thuis geweest'