"Niemand had van Antwerpen gehoord": hoe Antwerpse Zes hun stad 40 jaar geleden bombardeerden tot modewalhalla

zaterdag, 28 maart 2026 (06:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Veertig jaar na hun internationale doorbraak richt het Modemuseum Antwerpen (MoMu) de schijnwerpers op de Antwerpse Zes met een nieuwe tentoonstelling die hun individuele carrières en gezamenlijke nalatenschap toont. De expositie, te zien van 28 maart tot 17 januari 2027, belicht hoe Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Van Saene en Marina Yee uitgroeiden tot een fenomeen dat Antwerpen en België als modestad op de wereldkaart zette.

De zes ontwerpers studeerden eind jaren 70 en begin jaren 80 samen aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Ondanks hun uiteenlopende stijlen — van Van Beirendoncks sportieve inslag en Van Notens rijke prints tot Demeulemeesters ingetogen zwart en Marina Yee’s collages — deelden ze eenzelfde drang om hun werk internationaal te tonen. Toen ze afstudeerden troffen ze een land zonder duidelijke mode-identiteit en een tekstielsector in crisis. Belgische overheidsinitiatieven zoals modewedstrijden en promotiecampagnes creëerden echter snel binnenlandse aandacht, waardoor de ontwerpers lokaal naam konden maken.

De doorbraak buiten België kwam dankzij ondernemer en co-curator Geert Bruloot. Met zijn winkel Coccodrillo en koppigheid sleepte hij de ontwerpers in 1986 naar de British Designer Show in Londen. De eerste ontvangst was koud — ze werden achterin ondergebracht — maar door improvisatie (onder meer een flyeractie van Marina Yee) en volharding trok de groep toch de internationale pers. Zo ontstond de term “Antwerp Six”, deels gezien als handige publiciteit, deels uit verbazing dat zes opmerkelijke ontwerpers uit België konden komen.

De “groep” was nooit formeel: al snel gingen de leden elk hun eigen weg en presenteerden ze hun collecties afzonderlijk, onder meer in Parijs. Toch bleef het label een mythe en gaf het langdurige invloed: het leverde internationale erkenning maar maakte het voor de betrokkenen ook lastig om volledig los te komen van die groepsidentiteit. In de MoMu-tentoonstelling krijgt elk van de zes een eigen installatie met carrièrehighlights en iconische stukken, precies omdat hun kracht in individualiteit lag en ze nooit als één merk functioneerden.

De impact van de Antwerpse Zes reikt verder dan hun eigen werk. Ze transformeerden Antwerpen en de lokale academie tot een internationaal erkend knooppunt voor modeonderwijs. De Antwerpse modeopleiding trekt studenten van over de hele wereld aan en fungeert als voedingsbodem voor generaties ontwerpers die later grote posities innamen bij internationale huizen. Namen als Raf Simons (Prada), Demna Gvasalia (Balenciaga, Gucci), Nadège Vanhee-Cybulski (Hermès), Haider Ackermann en Glenn Martens worden in de tekst als voorbeelden genoemd van die erfenis.

MoMu-directeur Kaat Debo en co-curator Geert Bruloot benadrukken dat de tentoonstelling zowel de historische context als de persoonlijke verhalen vertelt: van de moeilijke start in een “fashion no man’s land” tot een internationale reputatie en de blijvende invloed op de manier waarop mode gemaakt en onderwezen wordt in Antwerpen. De tentoonstelling nodigt uit om niet alleen de iconische stukken te bekijken, maar ook te begrijpen hoe een combinatie van talent, lokale omstandigheden, steun van pioniers en een klein duwtje richting Londen leidde tot een culturele kentering die tot op heden voelbaar is.